ontwaren
werkwoordBetekenis
- een moeilijk waarneembaar object beginnen waar te nemen
Vervoeging van ontwaren
ontwarenhele werkwoord — ontwaardeverleden tijd enkelvoud — ontwaardenverleden tijd meervoud — ontwaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontwaar | ontwaarde |
| jij | ontwaart | ontwaarde |
| hij, zij, het | ontwaart | ontwaarde |
| wij | ontwaren | ontwaarden |
| jullie | ontwaren | ontwaarden |
| zij | ontwaren | ontwaarden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontwaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontwaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontwaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontwaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontwaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontwaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontwaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontwaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontwaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontwaar | gebiedende wijs |
| ontwaard | verleden tijd, deelwoord |
| ontwaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontwaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontwaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontwaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontwaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontwaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontwaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontwaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontwaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontwaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontwaarde | verleden tijd |
| ontware | aanvoegende wijs |
| ontwarend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontwaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontwaren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontwaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontwaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontwaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontwaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontwaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontwaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontwaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontwaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontwaren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontwaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontwaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontwaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontwaren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘gewaarworden’ voor het eerst aangetroffen in 1790
Woordfamilie van ontwaren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontwaar | gebiedende wijs | ontwaren |
| ontwaart | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontwaren |
| ontware | aanvoegende wijs | ontwaren |
| ontwarend | onvoltooid deelwoord | ontwaren |
| ontwarende | woordvorm | ontwaren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontwaren zijn vastgelegd.