Naar de inhoud

ontvlieden

ontvluchten, ontwijken

ontvlieden

werkwoord

Betekenis

  1. ontvluchten, ontwijken

Vervoeging van ontvlieden

ontvliedenhele werkwoord — ontvloodverleden tijd enkelvoud — ontvlodenverleden tijd meervoud — ontvlodenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontvlied ontvlood
jij ontvliedt ontvlood
hij, zij, het ontvliedt ontvlood
wij ontvlieden ontvloden
jullie ontvlieden ontvloden
zij ontvlieden ontvloden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontvlied gebiedende wijs
ontvliede aanvoegende wijs
ontvliedend onvoltooid, deelwoord
ontvloden verleden tijd, deelwoord
ontvloden te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontvloden zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontvlood verleden tijd
te ontvlieden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontvloden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontvlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontvloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvloden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontvloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontvloden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontvloden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontvloden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontvloden voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontvloden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontvloden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontvloden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontvlieden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontvlieden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontvloden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van vlieden met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontvlieden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontvlied gebiedende wijs ontvlieden
ontvliede aanvoegende wijs ontvlieden
ontvliedend onvoltooid deelwoord ontvlieden
ontvliedende woordvorm ontvlieden
ontvliedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontvlieden
ontvloden voltooid deelwoord ontvlieden
ontvlood verleden tijd ontvlieden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontvlieden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontvlieden

Wat is de betekenis van ontvlieden?
Ontvlieden is een werkwoord. De betekenis is: ontvluchten, ontwijken.
Hoe vervoeg ik ontvlieden?
Zo vervoeg je ontvlieden zo: de tegenwoordige tijd is ontvlied, de verleden tijd is ontvlood en het voltooid deelwoord is ontvloden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontvlieden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. L 3
  6. I 1
  7. E 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontvlieden levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. V 4
  5. L 3
  6. I 2
  7. E 1
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontvlieden in het kort

ontvlieden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontvlieden staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontvlieden bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontvlieden: ontvluchten, ontwijken
Deel ontvlieden — standaardnederlands.nl