Naar de inhoud

ontrollen

iets dat opgerold is afwikkelen

ontrollen

werkwoord

Betekenis

  1. iets dat opgerold is afwikkelen
  2. rollend ontkomen
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van ontrollen

ontrollenhele werkwoord — ontroldeverleden tijd enkelvoud — ontroldenverleden tijd meervoud — ontroldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontrol ontrolde
jij ontrolt ontrolde
hij, zij, het ontrolt ontrolde
wij ontrollen ontrolden
jullie ontrollen ontrolden
zij ontrollen ontrolden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontrold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontrold impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontrold impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontrold impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontrold worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontrold zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontrold worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontrold zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontrold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontrold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontrold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontrold voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontrold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontrol gebiedende wijs
ontrol me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontrol u/je , ontrolt je gebiedende wijs
ontrold verleden tijd, deelwoord
ontrold te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontrold te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontrold te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontrold te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontrold te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontrold worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontrold zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontrold zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontrold zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontrold zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontrolde verleden tijd
ontrolde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontrolde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontrolde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontrolde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontrolde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontrolde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
ontrolde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontrolden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
ontrolden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
ontrolden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
ontrolle aanvoegende wijs
ontrolle zich aanvoegende wijs
ontrollen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontrollen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontrollen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontrollend onvoltooid, deelwoord
ontrolt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontrolt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontrolt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
ontrolt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
ontrolt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
ontrolt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
te hebben ontrold actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontrollen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontrollen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontrold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontrold voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontrold voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontrold voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontrold voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontrold enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontrold enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me ontrollen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal ontrold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontrold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontrold hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontrold zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontrold zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich ontrollen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je ontrollen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich ontrold hebben verleden tijd
zich ontrollend onvoltooid, deelwoord
zijn ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontrold voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontrold hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontrold worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontrold zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontrollen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je ontrollen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons ontrollen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ontrold hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontrold hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van rollen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontrollen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontrol gebiedende wijs ontrollen
ontrold voltooid deelwoord ontrollen
ontrolde verleden tijd ontrollen
ontrolden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontrollen
ontrolle aanvoegende wijs ontrollen
ontrollend onvoltooid deelwoord ontrollen
ontrollende woordvorm ontrollen
ontrolt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontrollen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontrollen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontrollen

Wat is de betekenis van ontrollen?
Ontrollen is een werkwoord. De betekenis is: iets dat opgerold is afwikkelen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontrollen?
Zo vervoeg je ontrollen zo: de tegenwoordige tijd is ontrol, de verleden tijd is ontrolde en het voltooid deelwoord is ontrold. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontrollen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontrollen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontrollen in het kort

ontrollen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontrollen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontrollen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontrollen: iets dat opgerold is afwikkelen
Deel ontrollen — standaardnederlands.nl