Naar de inhoud

ontregelen

de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systeem|systemen

ontregelen

werkwoord

Betekenis

  1. de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systeem|systemen

werkwoord

  1. de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systemen transitive

Vervoeging van ontregelen

ontregelenhele werkwoord — ontregeldeverleden tijd enkelvoud — ontregeldenverleden tijd meervoud — ontregeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontregel ontregelde
jij ontregelt ontregelde
hij, zij, het ontregelt ontregelde
wij ontregelen ontregelden
jullie ontregelen ontregelden
zij ontregelen ontregelden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontregeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontregeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontregeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontregeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontregeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontregeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontregeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontregeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontregeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontregeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontregeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontregeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontregeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontregel gebiedende wijs
ontregeld verleden tijd, deelwoord
ontregeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontregeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontregeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontregeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontregeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontregeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontregeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontregeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontregeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontregeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontregelde verleden tijd
ontregele aanvoegende wijs
ontregelend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontregeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontregelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontregelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontregeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontregeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontregeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontregeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontregeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontregeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontregeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontregeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontregeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontregeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontregelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontregeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontregeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontregeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontregelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van regelen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontregelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontregel gebiedende wijs ontregelen
ontregelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontregelen
ontregele aanvoegende wijs ontregelen
ontregelend onvoltooid deelwoord ontregelen
ontregelende woordvorm ontregelen
ontregelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontregelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontregelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over ontregelen

Wat betekent ontregelen?
Ontregelen is een werkwoord. Het woord betekent: de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systeem|systemen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontregelen?
Je vervoegt ontregelen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontregel, de verleden tijd is ontregelde en het voltooid deelwoord is ontregeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontregelen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontregelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. R 2
  5. E 1
  6. G 3
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontregelen in het kort

ontregelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontregelen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontregelen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontregelen: de regelmaat of goed geregelde werking verstoren in het bijzonder van systeem|systemen
Deel ontregelen — standaardnederlands.nl