Naar de inhoud

ontpoppen

zich doen kennen, zich ontwikkelen

ontpoppen

werkwoord

Betekenis

  1. zich doen kennen, zich ontwikkelen
  2. verpoppen

Vervoeging van ontpoppen

ontpoppenhele werkwoord — ontpopteverleden tijd enkelvoud — ontpoptenverleden tijd meervoud — ontpoptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontpop ontpopte
jij ontpopt ontpopte
hij, zij, het ontpopt ontpopte
wij ontpoppen ontpopten
jullie ontpoppen ontpopten
zij ontpoppen ontpopten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ontpopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontpopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontpopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontpopt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontpopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontpopt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontpopt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontpopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontpopt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontpop gebiedende wijs
ontpoppe aanvoegende wijs
ontpoppend onvoltooid, deelwoord
ontpopt verleden tijd, deelwoord
ontpopt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontpopt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontpopte verleden tijd
te hebben ontpopt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontpoppen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontpoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontpopt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontpoppen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontpoppen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontpopt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van pop met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontpoppen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontpop gebiedende wijs ontpoppen
ontpoppe aanvoegende wijs ontpoppen
ontpoppend onvoltooid deelwoord ontpoppen
ontpoppende woordvorm ontpoppen
ontpopt voltooid deelwoord ontpoppen
ontpopte verleden tijd ontpoppen
ontpopten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontpoppen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontpoppen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontpoppen

Wat betekent ontpoppen?
Ontpoppen is een werkwoord. Het woord betekent: zich doen kennen, zich ontwikkelen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je ontpoppen?
Je vervoegt ontpoppen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontpop, de verleden tijd is ontpopte en het voltooid deelwoord is ontpopt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontpoppen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. P 3
  5. O 1
  6. P 3
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontpoppen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. P 4
  5. O 1
  6. P 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontpoppen in het kort

ontpoppen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van ontpoppen zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontpoppen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontpoppen: zich doen kennen, zich ontwikkelen
Deel ontpoppen — standaardnederlands.nl