Naar de inhoud

ontnuchteren

terugbrengen uit een waan of roes

ontnuchteren

werkwoord

Betekenis

  1. terugbrengen uit een waan of roes
  2. ontgoochelen door ontdekking van de waarheid

Vervoeging van ontnuchteren

ontnuchterenhele werkwoord — ontnuchterdeverleden tijd enkelvoud — ontnuchterdenverleden tijd meervoud — ontnuchterdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontnuchter ontnuchterde
jij ontnuchtert ontnuchterde
hij, zij, het ontnuchtert ontnuchterde
wij ontnuchteren ontnuchterden
jullie ontnuchteren ontnuchterden
zij ontnuchteren ontnuchterden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontnuchterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontnuchterd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontnuchterd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontnuchterd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontnuchterd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontnuchterd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontnuchterd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontnuchterd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontnuchterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontnuchterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontnuchterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontnuchterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontnuchterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontnuchter gebiedende wijs
ontnuchterd verleden tijd, deelwoord
ontnuchterd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontnuchterd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontnuchterd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnuchterd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnuchterd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnuchterd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontnuchterd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontnuchterd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontnuchterd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontnuchterd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontnuchterde verleden tijd
ontnuchtere aanvoegende wijs
ontnuchterend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontnuchterd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontnuchteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontnuchteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontnuchterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontnuchterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontnuchterd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontnuchterd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontnuchterd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontnuchterd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontnuchterd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontnuchterd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontnuchterd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontnuchteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontnuchterd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontnuchterd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontnuchterd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontnuchteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van nuchter met het voorvoegsel ont- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van ontnuchteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontnuchter gebiedende wijs ontnuchteren
ontnuchterd voltooid deelwoord ontnuchteren
ontnuchterde verleden tijd ontnuchteren
ontnuchterden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontnuchteren
ontnuchtere aanvoegende wijs ontnuchteren
ontnuchtert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontnuchteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontnuchteren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontnuchteren

Wat is de betekenis van ontnuchteren?
Ontnuchteren is een werkwoord. De betekenis is: terugbrengen uit een waan of roes. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontnuchteren?
Zo vervoeg je ontnuchteren zo: de tegenwoordige tijd is ontnuchter, de verleden tijd is ontnuchterde en het voltooid deelwoord is ontnuchterd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontnuchteren is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. N 1
  5. U 4
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontnuchteren levert met Wordfeud minimaal 23 en maximaal 99 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. N 1
  5. U 2
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 23 zonder bonus
  14. 99 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontnuchteren in het kort

ontnuchteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontnuchteren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontnuchteren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontnuchteren: terugbrengen uit een waan of roes
Deel ontnuchteren — standaardnederlands.nl