Naar de inhoud

ontnemen

zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt

ontnemen

werkwoord

Betekenis

  1. zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt

Vervoeging van ontnemen

ontnemenhele werkwoord — ontnamverleden tijd enkelvoud — ontnamenverleden tijd meervoud — ontnomenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontneem ontnam
jij ontneemt ontnaamt
hij, zij, het ontneemt ontnam
wij ontnemen ontnamen
jullie ontnemen ontnamen
zij ontnemen ontnamen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontnomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontnomen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontnomen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontnomen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontnomen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontnomen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontnomen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontnomen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontnomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontnomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontnomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontnomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontnomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontnam verleden tijd
ontneem gebiedende wijs
ontneme aanvoegende wijs
ontnemend onvoltooid, deelwoord
ontnomen verleden tijd, deelwoord
ontnomen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontnomen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontnomen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnomen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnomen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontnomen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontnomen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontnomen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontnomen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontnomen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben ontnomen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontnemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontnomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontnomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontnomen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontnomen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontnomen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontnomen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontnomen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontnomen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontnomen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontnomen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontnemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontnemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontnomen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontnomen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontnomen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van nemen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontnemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontnaamt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon ontnemen
ontnam verleden tijd ontnemen
ontnamen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontnemen
ontneem gebiedende wijs ontnemen
ontneemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontnemen
ontneme aanvoegende wijs ontnemen
ontnemend onvoltooid deelwoord ontnemen
ontnemende woordvorm ontnemen
ontnomen voltooid deelwoord ontnemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontnemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontnemen

Wat betekent ontnemen?
Ontnemen is een werkwoord. Het woord betekent: zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt.
Hoe vervoeg je ontnemen?
Je vervoegt ontnemen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontneem, de verleden tijd is ontnam en het voltooid deelwoord is ontnomen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontnemen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontnemen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. N 1
  5. E 1
  6. M 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontnemen in het kort

ontnemen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontnemen zijn 76 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontnemen bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontnemen: zorgen dat iemand ergens niet meer over beschikt
Deel ontnemen — standaardnederlands.nl