Naar de inhoud

ontmaskeren

de ware aard laten zien van iets of iemand

ontmaskeren

werkwoord

Betekenis

  1. de ware aard laten zien van iets of iemand

Vervoeging van ontmaskeren

ontmaskerenhele werkwoord — ontmaskerdeverleden tijd enkelvoud — ontmaskerdenverleden tijd meervoud — ontmaskerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontmasker ontmaskerde
jij ontmaskert ontmaskerde
hij, zij, het ontmaskert ontmaskerde
wij ontmaskeren ontmaskerden
jullie ontmaskeren ontmaskerden
zij ontmaskeren ontmaskerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontmaskerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontmaskerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontmaskerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontmaskerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontmaskerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontmaskerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontmaskerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontmaskerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontmaskerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontmaskerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontmaskerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontmaskerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontmaskerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontmasker gebiedende wijs
ontmaskerd verleden tijd, deelwoord
ontmaskerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontmaskerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontmaskerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontmaskerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontmaskerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontmaskerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontmaskerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontmaskerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontmaskerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontmaskerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontmaskerde verleden tijd
ontmaskere aanvoegende wijs
ontmaskerend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontmaskerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontmaskeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontmaskeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontmaskerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontmaskerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontmaskerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontmaskerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontmaskerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontmaskerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontmaskerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontmaskerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontmaskerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontmaskeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontmaskerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontmaskerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontmaskerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontmaskeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van maskeren met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontmaskeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontmasker gebiedende wijs ontmaskeren
ontmaskerd voltooid deelwoord ontmaskeren
ontmaskerde verleden tijd ontmaskeren
ontmaskerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontmaskeren
ontmaskere aanvoegende wijs ontmaskeren
ontmaskerend onvoltooid deelwoord ontmaskeren
ontmaskerende woordvorm ontmaskeren
ontmaskert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontmaskeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontmaskeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontmaskeren

Wat is de betekenis van ontmaskeren?
Ontmaskeren is een werkwoord. De betekenis is: de ware aard laten zien van iets of iemand.
Hoe vervoeg ik ontmaskeren?
Zo vervoeg je ontmaskeren zo: de tegenwoordige tijd is ontmasker, de verleden tijd is ontmaskerde en het voltooid deelwoord is ontmaskerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontmaskeren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontmaskeren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontmaskeren in het kort

ontmaskeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontmaskeren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontmaskeren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontmaskeren: de ware aard laten zien van iets of iemand
Deel ontmaskeren — standaardnederlands.nl