Naar de inhoud

ontlenen

een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was

ontlenen

werkwoord

Betekenis

  1. een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

werkwoord

  1. iets wat je krijgt als gevolg van wat anders

Vervoeging van ontlenen

ontlenenhele werkwoord — ontleendeverleden tijd enkelvoud — ontleendenverleden tijd meervoud — ontleendvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontleen ontleende
jij ontleent ontleende
hij, zij, het ontleent ontleende
wij ontlenen ontleenden
jullie ontlenen ontleenden
zij ontlenen ontleenden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ontleend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ontleend impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ontleend impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ontleend impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ontleend worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ontleend zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ontleend worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ontleend zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ontleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ontleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ontleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ontleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontleend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontleen gebiedende wijs
ontleend verleden tijd, deelwoord
ontleend te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontleend te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ontleend te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontleend te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontleend te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontleend worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontleend zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ontleend zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontleend zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontleend zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontleende verleden tijd
ontlene aanvoegende wijs
ontlenend onvoltooid, deelwoord
te hebben ontleend actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ontlenen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontlenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontleend voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontleend voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontleend voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ontleend enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ontleend enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontleend voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt ontleend hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontleend zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ontlenen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult ontleend hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontleend worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontleend zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ontlenen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van lenen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontlenen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontleen gebiedende wijs ontlenen
ontleend voltooid deelwoord ontlenen
ontleende verleden tijd ontlenen
ontleenden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontlenen
ontleent aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ontlenen
ontlene aanvoegende wijs ontlenen
ontlenend onvoltooid deelwoord ontlenen
ontlenende woordvorm ontlenen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontlenen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontlenen

Wat is de betekenis van ontlenen?
Ontlenen is een werkwoord. De betekenis is: een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ontlenen?
Zo vervoeg je ontlenen zo: de tegenwoordige tijd is ontleen, de verleden tijd is ontleende en het voltooid deelwoord is ontleend. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontlenen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontlenen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. L 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontlenen in het kort

ontlenen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ontlenen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ontlenen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ontlenen: een element gaan gebruiken van wat elders in gebruik was
Deel ontlenen — standaardnederlands.nl