onthalen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand gastvrij verwelkomen
Vervoeging van onthalen
onthalenhele werkwoord — onthaaldeverleden tijd enkelvoud — onthaaldenverleden tijd meervoud — onthaaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onthaal | onthaalde |
| jij | onthaalt | onthaalde |
| hij, zij, het | onthaalt | onthaalde |
| wij | onthalen | onthaalden |
| jullie | onthalen | onthaalden |
| zij | onthalen | onthaalden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onthaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onthaald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onthaald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onthaald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onthaald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onthaald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onthaald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onthaald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onthaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onthaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onthaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onthaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onthaal | gebiedende wijs |
| onthaald | verleden tijd, deelwoord |
| onthaald te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthaald te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onthaald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthaald te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthaald te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onthaald worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthaald zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onthaald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthaald zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthaald zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onthaalde | verleden tijd |
| onthale | aanvoegende wijs |
| onthalend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onthaald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onthalen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onthalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onthaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onthaald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onthaald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onthaald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onthaald | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onthaald | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onthaald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onthaald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthaald zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onthalen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onthaald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onthaald worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onthaald zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onthalen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord onthaal
Herkomst
In de betekenis van ‘trakteren’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van onthalen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onthaald | voltooid deelwoord | onthalen |
| onthaalde | verleden tijd | onthalen |
| onthaalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onthalen |
| onthaalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onthalen |
| onthale | aanvoegende wijs | onthalen |
| onthalend | onvoltooid deelwoord | onthalen |
| onthalende | woordvorm | onthalen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onthalen zijn vastgelegd.