Naar de inhoud

ontglippen

ontgaan

ontglippen

werkwoord

Betekenis

  1. ontgaan

Vervoeging van ontglippen

ontglippenhele werkwoord — ontglipteverleden tijd enkelvoud — ontgliptenverleden tijd meervoud — ontgliptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ontglip ontglipte
jij ontglipt ontglipte
hij, zij, het ontglipt ontglipte
wij ontglippen ontglipten
jullie ontglippen ontglipten
zij ontglippen ontglipten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ontglip gebiedende wijs
ontglippe aanvoegende wijs
ontglippend onvoltooid, deelwoord
ontglipt verleden tijd, deelwoord
ontglipt te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ontglipt zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ontglipte verleden tijd
te ontglippen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn ontglipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ontglippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ontglipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontglipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ontglipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ontglipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ontglipt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ontglipt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ontglipt voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ontglipt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ontglipt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ontglipt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ontglippen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ontglippen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ontglipt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Naamwoord van handeling van glippen met het voorvoegsel ont-

Woordfamilie van ontglippen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ontglip gebiedende wijs ontglippen
ontglippe aanvoegende wijs ontglippen
ontglippend onvoltooid deelwoord ontglippen
ontglippende woordvorm ontglippen
ontglipt voltooid deelwoord ontglippen
ontglipte verleden tijd ontglippen
ontglipten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ontglippen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontglippen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ontglippen

Wat betekent ontglippen?
Ontglippen is een werkwoord. Het woord betekent: ontgaan.
Hoe vervoeg je ontglippen?
Je vervoegt ontglippen als volgt: de tegenwoordige tijd is ontglip, de verleden tijd is ontglipte en het voltooid deelwoord is ontglipt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ontglippen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. G 3
  5. L 3
  6. I 1
  7. P 3
  8. P 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ontglippen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. T 2
  4. G 3
  5. L 3
  6. I 2
  7. P 4
  8. P 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ontglippen in het kort

ontglippen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ontglippen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort ontglippen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

ontglippen: ontgaan
Deel ontglippen — standaardnederlands.nl