ontcijferen
werkwoord ɔntˈsɛifərə(n)Betekenis
- qua betekenis duiden en begrijpen
Hoe spreek je ontcijferen uit?
/ɔntˈsɛifərən/
Ontcijferen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| ɛi | trein |
| f | fiets |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ontcijferen
ontcijferenhele werkwoord — ontcijferdeverleden tijd enkelvoud — ontcijferdenverleden tijd meervoud — ontcijferdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ontcijfer | ontcijferde |
| jij | ontcijfert | ontcijferde |
| hij, zij, het | ontcijfert | ontcijferde |
| wij | ontcijferen | ontcijferden |
| jullie | ontcijferen | ontcijferden |
| zij | ontcijferen | ontcijferden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ontcijferd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ontcijferd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ontcijferd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ontcijferd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ontcijferd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ontcijferd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ontcijferd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ontcijferd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ontcijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ontcijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ontcijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ontcijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontcijferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ontcijfer | gebiedende wijs |
| ontcijferd | verleden tijd, deelwoord |
| ontcijferd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontcijferd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ontcijferd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontcijferd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontcijferd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ontcijferd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontcijferd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ontcijferd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontcijferd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontcijferd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ontcijferde | verleden tijd |
| ontcijfere | aanvoegende wijs |
| ontcijferend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ontcijferd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ontcijferen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ontcijferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontcijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ontcijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ontcijferd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ontcijferd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ontcijferd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ontcijferd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ontcijferd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ontcijferd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontcijferd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ontcijferen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ontcijferd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontcijferd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontcijferd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ontcijferen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van cijferen met het voorvoegsel ont-.
Woordfamilie van ontcijferen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ontcijfer | gebiedende wijs | ontcijferen |
| ontcijferd | voltooid deelwoord | ontcijferen |
| ontcijferde | verleden tijd | ontcijferen |
| ontcijferden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ontcijferen |
| ontcijfere | aanvoegende wijs | ontcijferen |
| ontcijferend | onvoltooid deelwoord | ontcijferen |
| ontcijferende | woordvorm | ontcijferen |
| ontcijfert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ontcijferen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ontcijferen zijn vastgelegd.