ongelijkbenig
bijvoeglijk naamwoord ˌɔŋɣəlɛikˈbenəxBetekenis
- (van een driehoek) met drie zijden die elk een andere lengte hebben
Hoe spreek je ongelijkbenig uit?
/ˌɔŋxəlɛikˈbenəx/
Ongelijkbenig bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| k | kat |
| b | bak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- met drie zijden die elk een andere lengte hebben
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ongelijkbenige | verbogen, stellende trap |
| ongelijkbenigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van gelijkbenig met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van ongelijkbenig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ongelijkbenige | verbogen vorm | ongelijkbenig |
| ongelijkbenigs | partitive, positive | ongelijkbenig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ongelijkbenig zijn vastgelegd.