ongelijkheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het door de staat voortrekken van de een en achterstellen van de ander
- een uitdrukking die weergeeft dat een grootheid niet gelijk is aan een ander, maar bijvoorbeeld groter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ongelijkheden | meervoud |
| ongelijkheidje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ongelijkheidjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van gelijk met het voorvoegsel on- en met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van ongelijkheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ongelijkheden | meervoud | ongelijkheid |
| ongelijkheidje | verkleinwoord | ongelijkheid |
| ongelijkheidjes | verkleinwoord meervoud | ongelijkheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ongelijkheid zijn vastgelegd.