gelijkbenig
bijvoeglijk naamwoord /ɣəlɛɪgˈbenəx/Betekenis
- (gezegd van een driehoek) waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
- (gezegd van een trapezium) waarvan de twee niet-evenwijdige zijden gelijk in lengte zijn
Hoe spreek je gelijkbenig uit?
/xəlɛigˈbenəx/
Gelijkbenig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| l | land |
| ɛi | trein |
| g | goal |
| b | bak |
| e | veel |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- waarvan twee aanliggende zijden gelijk in lengte zijn
- waarvan de twee niet-evenwijdige zijden gelijk in lengte zijn
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gelijkbenige | verbogen, stellende trap |
| gelijkbeniger | onverbogen, vergrotende trap |
| gelijkbenigere | verbogen, vergrotende trap |
| gelijkbenigers | partitief, vergrotende trap |
| gelijkbenigs | partitief, stellende trap |
| gelijkbenigst | onverbogen, overtreffende trap |
| gelijkbenigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Een leenvertaling van het Neolatijnse isosceles, dat zelf ontleend is aan het Oudgriekse ἰσοσκέλης
Woordfamilie van gelijkbenig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelijkbenige | verbogen vorm | gelijkbenig |
| gelijkbeniger | vergrotende trap | gelijkbenig |
| gelijkbenigere | verbogen vergrotende trap | gelijkbenig |
| gelijkbenigers | partitieve vergrotende trap | gelijkbenig |
| gelijkbenigs | partitive, positive | gelijkbenig |
| gelijkbenigst | uninflected, superlative | gelijkbenig |
| gelijkbenigste | inflected, superlative | gelijkbenig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gelijkbenig zijn vastgelegd.