Naar de inhoud

onduleren

doen golven, golfvormig maken, in wisselstroom veranderen

onduleren

werkwoord

Betekenis

  1. doen golven, golfvormig maken, in wisselstroom veranderen

Vervoeging van onduleren

ondulerenhele werkwoord — onduleerdeverleden tijd enkelvoud — onduleerdenverleden tijd meervoud — geonduleerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onduleer onduleerde
jij onduleert onduleerde
hij, zij, het onduleert onduleerde
wij onduleren onduleerden
jullie onduleren onduleerden
zij onduleren onduleerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geonduleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geonduleerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geonduleerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geonduleerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geonduleerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geonduleerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geonduleerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geonduleerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geonduleerd verleden tijd, deelwoord
geonduleerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geonduleerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geonduleerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geonduleerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geonduleerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geonduleerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geonduleerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geonduleerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geonduleerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geonduleerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geonduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geonduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geonduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geonduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geonduleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onduleer gebiedende wijs
onduleerde verleden tijd
ondulere aanvoegende wijs
ondulerend onvoltooid, deelwoord
te hebben geonduleerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onduleren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onduleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geonduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geonduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geonduleerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geonduleerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geonduleerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geonduleerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geonduleerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geonduleerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geonduleerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onduleren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onduleren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geonduleerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geonduleerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geonduleerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult onduleren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘golven’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Woordfamilie van onduleren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geonduleerd voltooid deelwoord onduleren
geonduleerde woordvorm onduleren
onduleer gebiedende wijs onduleren
onduleerde verleden tijd onduleren
onduleerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onduleren
onduleert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon onduleren
ondulere aanvoegende wijs onduleren
ondulerend onvoltooid deelwoord onduleren
ondulerende woordvorm onduleren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onduleren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over onduleren

Wat betekent onduleren?
Onduleren is een werkwoord. Het woord betekent: doen golven, golfvormig maken, in wisselstroom veranderen.
Hoe vervoeg je onduleren?
Je vervoegt onduleren als volgt: de tegenwoordige tijd is onduleer, de verleden tijd is onduleerde en het voltooid deelwoord is geonduleerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onduleren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 4
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onduleren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. U 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onduleren in het kort

onduleren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van onduleren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onduleren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onduleren: doen golven, golfvormig maken, in wisselstroom veranderen
Deel onduleren — standaardnederlands.nl