onderzetten
werkwoordBetekenis
- laten onderlopen met water
Vervoeging van onderzetten
onderzettenhele werkwoord — zette onderverleden tijd enkelvoud — zetten onderverleden tijd meervoud — ondergezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet onder | zette onder |
| jij | zet onder | zette onder |
| hij, zij, het | zet onder | zette onder |
| wij | zetten onder | zetten onder |
| jullie | zetten onder | zetten onder |
| zij | zetten onder | zetten onder |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ondergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondergezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondergezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondergezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondergezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondergezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondergezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| ondergezet | verleden tijd, deelwoord |
| ondergezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderzette | bijzin, verleden tijd |
| onderzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ondergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet onder | gebiedende wijs |
| zette onder | verleden tijd |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) onderzetten onder zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van onderzetten
Vervoeging van onderzetten
onderzettenhele werkwoord — zette onderverleden tijd enkelvoud — zetten onderverleden tijd meervoud — ondergezetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zet onder | zette onder |
| jij | zet onder | zette onder |
| hij, zij, het | zet onder | zette onder |
| wij | zetten onder | zetten onder |
| jullie | zetten onder | zetten onder |
| zij | zetten onder | zetten onder |
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ondergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondergezet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondergezet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondergezet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondergezet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondergezet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondergezet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondergezet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te zetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal zetten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen zetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen zetten | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult zetten | bijzin, toekomende tijd |
| ondergezet | verleden tijd, deelwoord |
| ondergezet te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergezet te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergezet worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergezet zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergezet zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderzet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderzette | bijzin, verleden tijd |
| onderzettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ondergezet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondergezet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ondergezet | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zet onder | gebiedende wijs |
| zette onder | verleden tijd |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondergezet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) onderzetten onder zou(dt) zetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ondergezet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergezet zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderzetten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderzetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderzetten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderzetten | bijzin, toekomende tijd |
| zult ondergezet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergezet worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergezet zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder en zetten
Woordfamilie van onderzetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondergezet | voltooid deelwoord | onderzetten |
| ondergezette | woordvorm | onderzetten |
| onderzet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderzetten |
| onderzette | subordinate-clause, verleden tijd | onderzetten |
| onderzettend | onvoltooid deelwoord | onderzetten |
| onderzettende | woordvorm | onderzetten |
| zet onder | gebiedende wijs | onderzetten |
| zette onder | verleden tijd | onderzetten |
| zetten onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderzetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderzetten zijn vastgelegd.