Naar de inhoud

onderzetten

laten onderlopen met water

onderzetten

werkwoord

Betekenis

  1. laten onderlopen met water

Vervoeging van onderzetten

onderzettenhele werkwoord — zette onderverleden tijd enkelvoud — zetten onderverleden tijd meervoud — ondergezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet onder zette onder
jij zet onder zette onder
hij, zij, het zet onder zette onder
wij zetten onder zetten onder
jullie zetten onder zetten onder
zij zetten onder zetten onder
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ondergezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ondergezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ondergezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ondergezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ondergezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ondergezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ondergezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ondergezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onder te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onder te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onder zal zetten bijzin, toekomende tijd
onder zou zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onder zullen zetten bijzin, toekomende tijd
onder zult zetten bijzin, toekomende tijd
ondergezet verleden tijd, deelwoord
ondergezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ondergezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ondergezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ondergezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ondergezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ondergezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ondergezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderzet bijzin, tegenwoordige tijd
onderzette bijzin, verleden tijd
onderzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ondergezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderzetten bijzin, toekomende tijd
zet onder gebiedende wijs
zette onder verleden tijd
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) onderzetten onder zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onderzetten bijzin, toekomende tijd
zult ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van onderzetten

Vervoeging van onderzetten

onderzettenhele werkwoord — zette onderverleden tijd enkelvoud — zetten onderverleden tijd meervoud — ondergezetvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zet onder zette onder
jij zet onder zette onder
hij, zij, het zet onder zette onder
wij zetten onder zetten onder
jullie zetten onder zetten onder
zij zetten onder zetten onder
Alle 143 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ondergezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ondergezet impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ondergezet impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ondergezet impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ondergezet worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ondergezet zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ondergezet worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ondergezet zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onder te zetten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onder te zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onder zal zetten bijzin, toekomende tijd
onder zou zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zouden zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zoudt zetten bijzin, voorwaardelijk
onder zullen zetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onder zullen zetten bijzin, toekomende tijd
onder zult zetten bijzin, toekomende tijd
ondergezet verleden tijd, deelwoord
ondergezet te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ondergezet te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ondergezet te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ondergezet worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ondergezet zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ondergezet zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ondergezet zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ondergezet zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderzet bijzin, tegenwoordige tijd
onderzette bijzin, verleden tijd
onderzettend onvoltooid, deelwoord
te hebben ondergezet actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ondergezet voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ondergezet enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderzetten bijzin, toekomende tijd
zet onder gebiedende wijs
zette onder verleden tijd
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ondergezet voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) onderzetten onder zou(dt) zetten bijzin, voorwaardelijk
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zoudt ondergezet hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ondergezet zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderzetten bijzin, voorwaardelijk
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen onderzetten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen onderzetten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen onderzetten bijzin, toekomende tijd
zult ondergezet hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ondergezet worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ondergezet zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van onder en zetten

Woordfamilie van onderzetten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ondergezet voltooid deelwoord onderzetten
ondergezette woordvorm onderzetten
onderzet subordinate-clause, tegenwoordige tijd onderzetten
onderzette subordinate-clause, verleden tijd onderzetten
onderzettend onvoltooid deelwoord onderzetten
onderzettende woordvorm onderzetten
zet onder gebiedende wijs onderzetten
zette onder verleden tijd onderzetten
zetten onder aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon onderzetten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderzetten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over onderzetten

Wat betekent onderzetten?
Onderzetten is een werkwoord. Het woord betekent: laten onderlopen met water.
Hoe vervoeg je onderzetten?
Je vervoegt onderzetten als volgt: het voltooid deelwoord is ondergezet. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderzetten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. Z 4
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderzetten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. Z 5
  7. E 1
  8. T 2
  9. T 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderzetten in het kort

onderzetten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van onderzetten zijn 85 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort onderzetten bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

onderzetten: laten onderlopen met water
Deel onderzetten — standaardnederlands.nl