onderwaarderen
werkwoordBetekenis
- te weinig waarderen
Vervoeging van onderwaarderen
onderwaarderenhele werkwoord — onderwaardeerdeverleden tijd enkelvoud — onderwaardeerdenverleden tijd meervoud — ondergewaardeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderwaardeer | onderwaardeerde |
| jij | onderwaardeert | onderwaardeerde |
| hij, zij, het | onderwaardeert | onderwaardeerde |
| wij | onderwaarderen | onderwaardeerden |
| jullie | onderwaarderen | onderwaardeerden |
| zij | onderwaarderen | onderwaardeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is ondergewaardeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondergewaardeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondergewaardeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondergewaardeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondergewaardeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondergewaardeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondergewaardeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondergewaardeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergewaardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ondergewaardeerd | verleden tijd, deelwoord |
| ondergewaardeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergewaardeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| ondergewaardeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergewaardeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergewaardeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergewaardeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergewaardeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| ondergewaardeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergewaardeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondergewaardeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderwaardeer | gebiedende wijs |
| onderwaardeerde | verleden tijd |
| onderwaardere | aanvoegende wijs |
| onderwaarderend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ondergewaardeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderwaarderen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderwaarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondergewaardeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt ondergewaardeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondergewaardeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ondergewaardeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondergewaardeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderwaarderen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ondergewaardeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergewaardeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondergewaardeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderwaarderen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en waarderen ww
Woordfamilie van onderwaarderen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderwaardeer | gebiedende wijs | onderwaarderen |
| onderwaardeerde | verleden tijd | onderwaarderen |
| onderwaardeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderwaarderen |
| onderwaardeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderwaarderen |
| onderwaardere | aanvoegende wijs | onderwaarderen |
| onderwaarderend | onvoltooid deelwoord | onderwaarderen |
| onderwaarderende | woordvorm | onderwaarderen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderwaarderen zijn vastgelegd.