ondertekenen
werkwoordBetekenis
- een handtekening zetten onder iets
Vervoeging van ondertekenen
ondertekenenhele werkwoord — ondertekendeverleden tijd enkelvoud — ondertekendenverleden tijd meervoud — ondertekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderteken | ondertekende |
| jij | ondertekent | ondertekende |
| hij, zij, het | ondertekent | ondertekende |
| wij | ondertekenen | ondertekenden |
| jullie | ondertekenen | ondertekenden |
| zij | ondertekenen | ondertekenden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ondertekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondertekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondertekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondertekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondertekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondertekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondertekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondertekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondertekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondertekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondertekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondertekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondertekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondertekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondertekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondertekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondertekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderteken | gebiedende wijs |
| ondertekend | verleden tijd, deelwoord |
| ondertekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondertekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ondertekende | verleden tijd |
| ondertekene | aanvoegende wijs |
| ondertekenend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben ondertekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ondertekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondertekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt ondertekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondertekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult ondertekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondertekenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en tekenen ww
Woordfamilie van ondertekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderteken | gebiedende wijs | ondertekenen |
| ondertekend | voltooid deelwoord | ondertekenen |
| ondertekende | verleden tijd | ondertekenen |
| ondertekenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ondertekenen |
| ondertekene | aanvoegende wijs | ondertekenen |
| ondertekenend | onvoltooid deelwoord | ondertekenen |
| ondertekenende | woordvorm | ondertekenen |
| ondertekent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondertekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondertekenen zijn vastgelegd.