ondersteken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- door steken ongemerkt omruilen
Vervoeging van ondersteken
onderstekenhele werkwoord — stak onderverleden tijd enkelvoud — staken onderverleden tijd meervoud — ondergestokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | steek onder | stak onder |
| jij | steekt onder | staakt onder |
| hij, zij, het | steekt onder | stak onder |
| wij | steken onder | staken onder |
| jullie | steken onder | staken onder |
| zij | steken onder | staken onder |
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is ondergestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was ondergestoken | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd ondergestoken | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt ondergestoken | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal ondergestoken worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal ondergestoken zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou ondergestoken worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou ondergestoken zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had ondergestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had ondergestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had ondergestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden ondergestoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden ondergestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden ondergestoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt ondergestoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft ondergestoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te steken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal steken | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou steken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden steken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt steken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen steken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen steken | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult steken | bijzin, toekomende tijd |
| ondergestoken | verleden tijd, deelwoord |
| ondergestoken te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergestoken zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderstaakt | bijzin, verleden tijd |
| onderstak | bijzin, verleden tijd |
| onderstaken | bijzin, verleden tijd |
| ondersteek | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ondersteekt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderstekend | onvoltooid, deelwoord |
| stak onder | verleden tijd |
| steek onder | gebiedende wijs |
| te hebben ondergestoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ondersteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ondersteken | bijzin, toekomende tijd |
| zou ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ondersteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) ondersteken onder zou(dt) steken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ondersteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ondergestoken hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ondersteken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ondersteken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ondersteken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ondergestoken hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ondersteken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult ondersteken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal ondersteken onder zult/zal steken | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ondersteek
Herkomst
samenstelling van onder en steken
Woordfamilie van ondersteken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ondergestoken | voltooid deelwoord | ondersteken |
| onderstak | subordinate-clause, verleden tijd | ondersteken |
| onderstaken | subordinate-clause, verleden tijd | ondersteken |
| ondersteekt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ondersteken |
| ondersteke | with-subordinate-clause | ondersteken |
| onderstekend | onvoltooid deelwoord | ondersteken |
| onderstekende | woordvorm | ondersteken |
| stak onder | verleden tijd | ondersteken |
| staken onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ondersteken |
| steek onder | gebiedende wijs | ondersteken |
| steekt onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ondersteken |
| steke onder | woordvorm | ondersteken |
| steken onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ondersteken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ondersteken zijn vastgelegd.