Naar de inhoud

onderschikken

in een afhankelijke of minder belangrijke positie stellen

onderschikken

werkwoord

Betekenis

  1. in een afhankelijke of minder belangrijke positie stellen
  2. genoegen nemen met een tweede plaats
  3. tweede betekenisomschrijving
  4. enz.

Vervoeging van onderschikken

onderschikkenhele werkwoord — onderschikteverleden tijd enkelvoud — onderschiktenverleden tijd meervoud — onderschiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik onderschik onderschikte
jij onderschikt onderschikte
hij, zij, het onderschikt onderschikte
wij onderschikken onderschikten
jullie onderschikken onderschikten
zij onderschikken onderschikten
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is onderschikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was onderschikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd onderschikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt onderschikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal onderschikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal onderschikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou onderschikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou onderschikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had onderschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had onderschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden onderschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden onderschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderschikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
onderschik gebiedende wijs
onderschik me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderschik u/je , onderschikt je gebiedende wijs
onderschikke aanvoegende wijs
onderschikke zich aanvoegende wijs
onderschikken je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderschikken ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderschikken zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderschikkend onvoltooid, deelwoord
onderschikt verleden tijd, deelwoord
onderschikt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderschikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderschikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
onderschikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderschikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderschikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
onderschikt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderschikt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderschikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderschikt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
onderschikt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderschikt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
onderschikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
onderschikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderschikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderschikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
onderschikte verleden tijd
onderschikte je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderschikte me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderschikte u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
onderschikte u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderschikte zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
onderschikte zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
onderschikte zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderschikten je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
onderschikten ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
onderschikten zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
te hebben onderschikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te onderschikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen onderschikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren onderschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was onderschikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was onderschikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was onderschikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt onderschikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt onderschikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me onderschikken eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal onderschikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderschikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal onderschikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal onderschikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal onderschikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zich onderschikken derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je onderschikken tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich onderschikkend onvoltooid, deelwoord
zich onderschikt hebben verleden tijd
zijn onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt onderschikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt onderschikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderschikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt onderschikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen je onderschikken tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen onderschikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen onderschikken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van onder bw en schikken ww

Woordfamilie van onderschikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
onderschik gebiedende wijs onderschikken
onderschikke aanvoegende wijs onderschikken
onderschikt voltooid deelwoord onderschikken
onderschikte verleden tijd onderschikken
onderschikten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon onderschikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderschikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over onderschikken

Wat is de betekenis van onderschikken?
Onderschikken is een werkwoord. De betekenis is: in een afhankelijke of minder belangrijke positie stellen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik onderschikken?
Zo vervoeg je onderschikken zo: de tegenwoordige tijd is onderschik, de verleden tijd is onderschikte en het voltooid deelwoord is onderschikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord onderschikken is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. I 1
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

onderschikken levert met Wordfeud minimaal 28 en maximaal 114 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. N 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. R 2
  6. S 2
  7. C 5
  8. H 4
  9. I 2
  10. K 3
  11. K 3
  12. E 1
  13. N 1
  14. 28 zonder bonus
  15. 114 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

onderschikken in het kort

onderschikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van onderschikken staan er 102 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort onderschikken bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

onderschikken: in een afhankelijke of minder belangrijke positie stellen
Deel onderschikken — standaardnederlands.nl