onderschikkend
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- een afhankelijke bijzin scheppend
- tweede betekenisomschrijving
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| onderschikkende | verbogen, stellende trap |
| onderschikkender | onverbogen, vergrotende trap |
| onderschikkendere | verbogen, vergrotende trap |
| onderschikkenders | partitief, vergrotende trap |
| onderschikkends | partitief, stellende trap |
| onderschikkendst | onverbogen, overtreffende trap |
| onderschikkendste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van onderschikken
Vervoeging van onderschikkend
onderschikkendhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van onder en schikkend
Woordfamilie van onderschikkend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderschikkender | vergrotende trap | onderschikkend |
| onderschikkendere | verbogen vergrotende trap | onderschikkend |
| onderschikkenders | partitieve vergrotende trap | onderschikkend |
| onderschikkends | partitive, positive | onderschikkend |
| onderschikkendst | uninflected, superlative | onderschikkend |
| onderschikkendste | inflected, superlative | onderschikkend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderschikkend zijn vastgelegd.