onderkennen
werkwoordBetekenis
- bewust worden van iets, beseffen of toegeven dat
Vervoeging van onderkennen
onderkennenhele werkwoord — onderkendeverleden tijd enkelvoud — onderkendenverleden tijd meervoud — onderkendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | onderken | onderkende |
| jij | onderkent | onderkende |
| hij, zij, het | onderkent | onderkende |
| wij | onderkennen | onderkenden |
| jullie | onderkennen | onderkenden |
| zij | onderkennen | onderkenden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is onderkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was onderkend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd onderkend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt onderkend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal onderkend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal onderkend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou onderkend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou onderkend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had onderkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had onderkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden onderkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden onderkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onderken | gebiedende wijs |
| onderkend | verleden tijd, deelwoord |
| onderkend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderkend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onderkend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderkend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderkend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onderkend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderkend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| onderkend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderkend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderkend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onderkende | verleden tijd |
| onderkenne | aanvoegende wijs |
| onderkennend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben onderkend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te onderkennen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren onderkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was onderkend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was onderkend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was onderkend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt onderkend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt onderkend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt onderkend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt onderkend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderkend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen onderkennen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult onderkend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderkend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderkend zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult onderkennen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van onder bw en kennen ww
Woordfamilie van onderkennen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onderken | gebiedende wijs | onderkennen |
| onderkend | voltooid deelwoord | onderkennen |
| onderkende | verleden tijd | onderkennen |
| onderkenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderkennen |
| onderkenne | aanvoegende wijs | onderkennen |
| onderkennend | onvoltooid deelwoord | onderkennen |
| onderkennende | woordvorm | onderkennen |
| onderkent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderkennen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderkennen zijn vastgelegd.