onderduiken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- onder de waterspiegel verdwijnen
- zich verbergen voor de heersende machthebbers
- onder water duiken
- zich schuil houden om zekere maatregelen te ontgaan
Vervoeging van onderduiken
onderduikenhele werkwoord — dook onderverleden tijd enkelvoud — doken onderverleden tijd meervoud — ondergedokenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | duik onder | dook onder |
| jij | duikt onder | dook onder |
| hij, zij, het | duikt onder | dook onder |
| wij | duiken onder | doken onder |
| jullie | duiken onder | doken onder |
| zij | duiken onder | doken onder |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dook onder | verleden tijd |
| duik onder | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| onder te duiken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| onder te zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| onder zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
| onder zou duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zouden duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zoudt duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| onder zullen duiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| onder zullen duiken | bijzin, toekomende tijd |
| onder zult duiken | bijzin, toekomende tijd |
| onderdoken | bijzin, verleden tijd |
| onderdook | bijzin, verleden tijd |
| onderduik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| onderduikend | onvoltooid, deelwoord |
| onderduikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ondergedoken | verleden tijd, deelwoord |
| ondergedoken te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ondergedoken zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn ondergedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen onderduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ondergedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ondergedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ondergedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ondergedoken | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ondergedoken | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ondergedoken | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal onderduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zal ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn ondergedoken | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ondergedoken | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou onderduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) onderduiken onder zou(dt) duiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden onderduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt onderduiken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ondergedoken zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen onderduiken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen onderduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult onderduiken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult onderduiken | bijzin, toekomende tijd |
| zult ondergedoken zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal onderduiken onder zult/zal duiken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van onder bw en duiken ww
Woordfamilie van onderduiken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| doken onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | onderduiken |
| dook onder | verleden tijd | onderduiken |
| duik onder | gebiedende wijs | onderduiken |
| duike onder | woordvorm | onderduiken |
| duiken onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | onderduiken |
| duikt onder | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | onderduiken |
| onderdoken | subordinate-clause, verleden tijd | onderduiken |
| onderdook | subordinate-clause, verleden tijd | onderduiken |
| onderduik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderduiken |
| onderduike | with-subordinate-clause | onderduiken |
| onderduikend | onvoltooid deelwoord | onderduiken |
| onderduikende | woordvorm | onderduiken |
| onderduikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | onderduiken |
| ondergedoken | voltooid deelwoord | onderduiken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onderduiken zijn vastgelegd.