Naar de inhoud

omzagen

door zagen doen omvallen

omzagen

werkwoord

Betekenis

  1. door zagen doen omvallen

Vervoeging van omzagen

omzagenhele werkwoord — zaagde omverleden tijd enkelvoud — zaagden omverleden tijd meervoud — omgezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag om zaagde om
jij zaagt om zaagde om
hij, zij, het zaagt om zaagde om
wij zagen om zaagden om
jullie zagen om zaagden om
zij zagen om zaagden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal zagen bijzin, toekomende tijd
om zou zagen bijzin, voorwaardelijk
om zouden zagen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt zagen bijzin, voorwaardelijk
om zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen zagen bijzin, toekomende tijd
om zult zagen bijzin, toekomende tijd
omgezaagd verleden tijd, deelwoord
omgezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzaag bijzin, tegenwoordige tijd
omzaagde bijzin, verleden tijd
omzaagden bijzin, verleden tijd
omzaagt bijzin, tegenwoordige tijd
omzagend onvoltooid, deelwoord
te hebben omgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag om gebiedende wijs
zaagde om verleden tijd
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omzagen bijzin, toekomende tijd
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omzagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omzagen om zou(dt) zagen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omzagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omzagen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omzagen bijzin, toekomende tijd
zult omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van omzien

Vervoeging van omzagen

omzagenhele werkwoord — zaagde omverleden tijd enkelvoud — zaagden omverleden tijd meervoud — omgezaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zaag om zaagde om
jij zaagt om zaagde om
hij, zij, het zaagt om zaagde om
wij zagen om zaagden om
jullie zagen om zaagden om
zij zagen om zaagden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgezaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgezaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgezaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgezaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgezaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgezaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te zagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal zagen bijzin, toekomende tijd
om zou zagen bijzin, voorwaardelijk
om zouden zagen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt zagen bijzin, voorwaardelijk
om zullen zagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen zagen bijzin, toekomende tijd
om zult zagen bijzin, toekomende tijd
omgezaagd verleden tijd, deelwoord
omgezaagd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezaagd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgezaagd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezaagd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgezaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezaagd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgezaagd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omzaag bijzin, tegenwoordige tijd
omzaagde bijzin, verleden tijd
omzaagden bijzin, verleden tijd
omzaagt bijzin, tegenwoordige tijd
omzagend onvoltooid, deelwoord
te hebben omgezaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgezaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgezaagd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zaag om gebiedende wijs
zaagde om verleden tijd
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omzagen bijzin, toekomende tijd
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgezaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omzagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omzagen om zou(dt) zagen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omzagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgezaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgezaagd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omzagen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgezaagd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgezaagd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omzagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omzagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omzagen bijzin, toekomende tijd
zult omgezaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om bw en zagen ww

Woordfamilie van omzagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgezaagd voltooid deelwoord omzagen
omgezaagde woordvorm omzagen
omzaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd omzagen
omzaagde subordinate-clause, verleden tijd omzagen
omzaagden subordinate-clause, verleden tijd omzagen
omzaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omzagen
omzage with-subordinate-clause omzagen
omzagend onvoltooid deelwoord omzagen
omzagende woordvorm omzagen
zaag om gebiedende wijs omzagen
zaagde om verleden tijd omzagen
zaagden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omzagen
zaagt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omzagen
zage om woordvorm omzagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omzagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omzagen

Wat is de betekenis van omzagen?
Omzagen is een werkwoord. De betekenis is: door zagen doen omvallen.
Hoe vervoeg ik omzagen?
Zo vervoeg je omzagen zo: het voltooid deelwoord is omgezaagd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omzagen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. Z 4
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omzagen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 115 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. Z 5
  4. A 1
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 zonder bonus
  9. 115 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

omzagen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

omzagen in het kort

omzagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omzagen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omzagen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omzagen: door zagen doen omvallen
Deel omzagen — standaardnederlands.nl