omzagen
werkwoordBetekenis
- door zagen doen omvallen
Vervoeging van omzagen
omzagenhele werkwoord — zaagde omverleden tijd enkelvoud — zaagden omverleden tijd meervoud — omgezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag om | zaagde om |
| jij | zaagt om | zaagde om |
| hij, zij, het | zaagt om | zaagde om |
| wij | zagen om | zaagden om |
| jullie | zagen om | zaagden om |
| zij | zagen om | zaagden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal zagen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen zagen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult zagen | bijzin, toekomende tijd |
| omgezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| omgezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omzaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omzaagde | bijzin, verleden tijd |
| omzaagden | bijzin, verleden tijd |
| omzaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omzagend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omgezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag om | gebiedende wijs |
| zaagde om | verleden tijd |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omzagen om zou(dt) zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van omzien
Vervoeging van omzagen
omzagenhele werkwoord — zaagde omverleden tijd enkelvoud — zaagden omverleden tijd meervoud — omgezaagdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zaag om | zaagde om |
| jij | zaagt om | zaagde om |
| hij, zij, het | zaagt om | zaagde om |
| wij | zagen om | zaagden om |
| jullie | zagen om | zaagden om |
| zij | zagen om | zaagden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgezaagd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgezaagd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgezaagd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgezaagd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgezaagd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgezaagd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te zagen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal zagen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen zagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen zagen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult zagen | bijzin, toekomende tijd |
| omgezaagd | verleden tijd, deelwoord |
| omgezaagd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgezaagd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgezaagd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgezaagd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omzaag | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omzaagde | bijzin, verleden tijd |
| omzaagden | bijzin, verleden tijd |
| omzaagt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omzagend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben omgezaagd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgezaagd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgezaagd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zaag om | gebiedende wijs |
| zaagde om | verleden tijd |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgezaagd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omzagen om zou(dt) zagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgezaagd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgezaagd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omzagen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgezaagd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgezaagd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omzagen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omzagen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omzagen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgezaagd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om bw en zagen ww
Woordfamilie van omzagen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgezaagd | voltooid deelwoord | omzagen |
| omgezaagde | woordvorm | omzagen |
| omzaag | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omzagen |
| omzaagde | subordinate-clause, verleden tijd | omzagen |
| omzaagden | subordinate-clause, verleden tijd | omzagen |
| omzaagt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omzagen |
| omzage | with-subordinate-clause | omzagen |
| omzagend | onvoltooid deelwoord | omzagen |
| omzagende | woordvorm | omzagen |
| zaag om | gebiedende wijs | omzagen |
| zaagde om | verleden tijd | omzagen |
| zaagden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omzagen |
| zaagt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omzagen |
| zage om | woordvorm | omzagen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omzagen zijn vastgelegd.