Naar de inhoud

omwisselen

het één van plaats ruilen met het ander

omwisselen

werkwoord /ˈɔmʋɪsələ(n)/

Betekenis

  1. het één van plaats ruilen met het ander
  2. het één ruilen voor het ander

Hoe spreek je omwisselen uit?

/ˈɔmwɪsələn/

Omwisselen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmwɪsələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
w quiz
ɪ pit
s sok
ə de
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. van plaats laten ruilen met een ander transitive
  2. verruilen voor een ander transitive
  3. ~naar/voor chartaal geld inruilen voor een andere valuta zn met dezelfde waarde transitive

Vervoeging van omwisselen

omwisselenhele werkwoord — wisselde omverleden tijd enkelvoud — wisselden omverleden tijd meervoud — omgewisseldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wissel om wisselde om
jij wisselt om wisselde om
hij, zij, het wisselt om wisselde om
wij wisselen om wisselden om
jullie wisselen om wisselden om
zij wisselen om wisselden om
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is omgewisseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgewisseld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgewisseld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgewisseld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgewisseld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgewisseld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgewisseld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgewisseld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgewisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgewisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgewisseld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgewisseld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgewisseld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgewisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgewisseld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te wisselen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen wisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal wisselen bijzin, toekomende tijd
om zou wisselen bijzin, voorwaardelijk
om zouden wisselen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt wisselen bijzin, voorwaardelijk
om zullen wisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen wisselen bijzin, toekomende tijd
om zult wisselen bijzin, toekomende tijd
omgewisseld verleden tijd, deelwoord
omgewisseld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgewisseld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omwissel bijzin, tegenwoordige tijd
omwisselde bijzin, verleden tijd
omwisselden bijzin, verleden tijd
omwisselend onvoltooid, deelwoord
omwisselt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben omgewisseld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omwisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wissel om gebiedende wijs
wisselde om verleden tijd
zal omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omwisselen bijzin, toekomende tijd
zou omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omwisselen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omwisselen om zou(dt) wisselen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omwisselen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgewisseld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omwisselen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omwisselen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omwisselen bijzin, toekomende tijd
zult omgewisseld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omwisselen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omwisselen bijzin, toekomende tijd
zult/zal omwisselen om zult/zal wisselen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van om bw en wisselen ww

Woordfamilie van omwisselen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgewisseld voltooid deelwoord omwisselen
omgewisselde woordvorm omwisselen
omwissel subordinate-clause, tegenwoordige tijd omwisselen
omwisselde subordinate-clause, verleden tijd omwisselen
omwisselden subordinate-clause, verleden tijd omwisselen
omwissele with-subordinate-clause omwisselen
omwisselend onvoltooid deelwoord omwisselen
omwisselende woordvorm omwisselen
omwisselt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omwisselen
wissel om gebiedende wijs omwisselen
wisselde om verleden tijd omwisselen
wisselden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omwisselen
wissele om woordvorm omwisselen
wisselen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omwisselen
wisselt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omwisselen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omwisselen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omwisselen

Hoe spreek ik omwisselen uit?
Zo spreek je omwisselen uit: /ˈɔmʋɪsələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omwisselen?
Omwisselen is een werkwoord. De betekenis is: het één van plaats ruilen met het ander. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omwisselen?
Zo vervoeg je omwisselen zo: het voltooid deelwoord is omgewisseld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omwisselen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. W 5
  4. I 1
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omwisselen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. W 5
  4. I 2
  5. S 2
  6. S 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omwisselen in het kort

omwisselen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omwisselen staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omwisselen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omwisselen: het één van plaats ruilen met het ander
Deel omwisselen — standaardnederlands.nl