omwisselen
werkwoord /ˈɔmʋɪsələ(n)/Betekenis
- het één van plaats ruilen met het ander
- het één ruilen voor het ander
Hoe spreek je omwisselen uit?
/ˈɔmwɪsələn/
Omwisselen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| w | quiz |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ə | de |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- van plaats laten ruilen met een ander transitive
- verruilen voor een ander transitive
- ~naar/voor chartaal geld inruilen voor een andere valuta zn met dezelfde waarde transitive
Vervoeging van omwisselen
omwisselenhele werkwoord — wisselde omverleden tijd enkelvoud — wisselden omverleden tijd meervoud — omgewisseldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wissel om | wisselde om |
| jij | wisselt om | wisselde om |
| hij, zij, het | wisselt om | wisselde om |
| wij | wisselen om | wisselden om |
| jullie | wisselen om | wisselden om |
| zij | wisselen om | wisselden om |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is omgewisseld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgewisseld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgewisseld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgewisseld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgewisseld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgewisseld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgewisseld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgewisseld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgewisseld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgewisseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgewisseld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgewisseld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgewisseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgewisseld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgewisseld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgewisseld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgewisseld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te wisselen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen wisselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal wisselen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou wisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden wisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt wisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen wisselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen wisselen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult wisselen | bijzin, toekomende tijd |
| omgewisseld | verleden tijd, deelwoord |
| omgewisseld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgewisseld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omwissel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omwisselde | bijzin, verleden tijd |
| omwisselden | bijzin, verleden tijd |
| omwisselend | onvoltooid, deelwoord |
| omwisselt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben omgewisseld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omwisselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wissel om | gebiedende wijs |
| wisselde om | verleden tijd |
| zal omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omwisselen | bijzin, toekomende tijd |
| zou omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omwisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omwisselen om zou(dt) wisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omwisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgewisseld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omwisselen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omwisselen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omwisselen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgewisseld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omwisselen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omwisselen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omwisselen om zult/zal wisselen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om bw en wisselen ww
Woordfamilie van omwisselen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgewisseld | voltooid deelwoord | omwisselen |
| omgewisselde | woordvorm | omwisselen |
| omwissel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omwisselen |
| omwisselde | subordinate-clause, verleden tijd | omwisselen |
| omwisselden | subordinate-clause, verleden tijd | omwisselen |
| omwissele | with-subordinate-clause | omwisselen |
| omwisselend | onvoltooid deelwoord | omwisselen |
| omwisselende | woordvorm | omwisselen |
| omwisselt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omwisselen |
| wissel om | gebiedende wijs | omwisselen |
| wisselde om | verleden tijd | omwisselen |
| wisselden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omwisselen |
| wissele om | woordvorm | omwisselen |
| wisselen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omwisselen |
| wisselt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omwisselen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omwisselen zijn vastgelegd.