Naar de inhoud

omwentelen

om zijn as draaien

omwentelen

werkwoord /ˈɔm.wɛn.tə.lə(n)/

Betekenis

  1. om zijn as draaien

Hoe spreek je omwentelen uit?

/ˈɔmwɛntələn/

Omwentelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmwɛntələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
w quiz
ɛ bed
n nek
t tak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van omwentelen

omwentelenhele werkwoord — wentelde omverleden tijd enkelvoud — wentelden omverleden tijd meervoud — omgewenteldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wentel om wentelde om
jij wentelt om wentelde om
hij, zij, het wentelt om wentelde om
wij wentelen om wentelden om
jullie wentelen om wentelden om
zij wentelen om wentelden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgewenteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgewenteld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgewenteld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgewenteld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgewenteld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgewenteld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgewenteld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgewenteld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgewenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgewenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgewenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgewenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgewenteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te wentelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen wentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal wentelen bijzin, toekomende tijd
om zou wentelen bijzin, voorwaardelijk
om zouden wentelen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt wentelen bijzin, voorwaardelijk
om zullen wentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen wentelen bijzin, toekomende tijd
om zult wentelen bijzin, toekomende tijd
omgewenteld verleden tijd, deelwoord
omgewenteld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgewenteld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgewenteld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgewenteld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgewenteld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgewenteld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgewenteld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgewenteld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgewenteld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgewenteld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omwentel bijzin, tegenwoordige tijd
omwentelde bijzin, verleden tijd
omwentelden bijzin, verleden tijd
omwentelend onvoltooid, deelwoord
omwentelt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben omgewenteld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omwentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgewenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgewenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgewenteld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgewenteld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgewenteld voltooid, verleden tijd, derde persoon
wentel om gebiedende wijs
wentelde om verleden tijd
werd omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgewenteld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgewenteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgewenteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omwentelen bijzin, toekomende tijd
zijn omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgewenteld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omwentelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omwentelen om zou(dt) wentelen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omwentelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgewenteld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgewenteld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omwentelen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgewenteld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgewenteld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgewenteld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgewenteld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omwentelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omwentelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omwentelen bijzin, toekomende tijd
zult omgewenteld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om en wentelen

Woordfamilie van omwentelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgewenteld voltooid deelwoord omwentelen
omgewentelde woordvorm omwentelen
omwentel subordinate-clause, tegenwoordige tijd omwentelen
omwentelde subordinate-clause, verleden tijd omwentelen
omwentelden subordinate-clause, verleden tijd omwentelen
omwentele with-subordinate-clause omwentelen
omwentelend onvoltooid deelwoord omwentelen
omwentelende woordvorm omwentelen
omwentelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omwentelen
wentel om gebiedende wijs omwentelen
wentelde om verleden tijd omwentelen
wentelden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omwentelen
wentele om woordvorm omwentelen
wentelen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omwentelen
wentelt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omwentelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omwentelen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over omwentelen

Hoe spreek ik omwentelen uit?
Zo spreek je omwentelen uit: /ˈɔm.wɛn.tə.lə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omwentelen?
Omwentelen is een werkwoord. De betekenis is: om zijn as draaien.
Hoe vervoeg ik omwentelen?
Zo vervoeg je omwentelen zo: het voltooid deelwoord is omgewenteld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omwentelen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. W 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omwentelen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. W 5
  4. E 1
  5. N 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omwentelen in het kort

omwentelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omwentelen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omwentelen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omwentelen: om zijn as draaien
Deel omwentelen — standaardnederlands.nl