omverwaaien
werkwoordBetekenis
- ten val komen door een sterke wind
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van omverwaaien
omverwaaienhele werkwoord — waaide omververleden tijd enkelvoud — waaiden omververleden tijd meervoud — omvergewaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | waai omver | waaide omver |
| jij | waait omver | waaide omver |
| hij, zij, het | waait omver | waaide omver |
| wij | waaien omver | waaiden omver |
| jullie | waaien omver | waaiden omver |
| zij | waaien omver | waaiden omver |
Alle 78 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| omver te waaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omver te zullen waaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omver zal waaien | bijzin, toekomende tijd |
| omver zou waaien | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zouden waaien | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zoudt waaien | bijzin, voorwaardelijk |
| omver zullen waaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omver zullen waaien | bijzin, toekomende tijd |
| omver zult waaien | bijzin, toekomende tijd |
| omvergewaaid | verleden tijd, deelwoord |
| omvergewaaid te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omvergewaaid zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omverwaai | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omverwaaide | bijzin, verleden tijd |
| omverwaaiden | bijzin, verleden tijd |
| omverwaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| omverwaait | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omverwoei | bijzin, verleden tijd |
| omverwoeien | bijzin, verleden tijd |
| te zijn omvergewaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omverwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waai omver | gebiedende wijs |
| waaide omver | verleden tijd |
| waart omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omvergewaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| woei omver | verleden tijd |
| zal omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omverwaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omvergewaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omvergewaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omverwaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omverwaaien omver zou(dt) waaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omverwaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omvergewaaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omverwaaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omverwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omverwaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zult omvergewaaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omverwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omverwaaien | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omverwaaien omver zult/zal waaien | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van omver en waaien
Woordfamilie van omverwaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omvergewaaid | voltooid deelwoord | omverwaaien |
| omvergewaaide | woordvorm | omverwaaien |
| omverwaai | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omverwaaien |
| omverwaaide | subordinate-clause, verleden tijd | omverwaaien |
| omverwaaiden | subordinate-clause, verleden tijd | omverwaaien |
| omverwaaie | with-subordinate-clause | omverwaaien |
| omverwaaiend | onvoltooid deelwoord | omverwaaien |
| omverwaaiende | woordvorm | omverwaaien |
| omverwaait | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omverwaaien |
| omverwoei | subordinate-clause, verleden tijd | omverwaaien |
| omverwoeien | subordinate-clause, verleden tijd | omverwaaien |
| waai omver | gebiedende wijs | omverwaaien |
| waaide omver | verleden tijd | omverwaaien |
| waaiden omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omverwaaien |
| waaie omver | woordvorm | omverwaaien |
| waaien omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omverwaaien |
| waait omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omverwaaien |
| woei omver | verleden tijd | omverwaaien |
| woeien omver | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omverwaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omverwaaien zijn vastgelegd.