Naar de inhoud

omverblazen

door blazen omgooien

omverblazen

werkwoord

Betekenis

  1. door blazen omgooien

Vervoeging van omverblazen

omverblazenhele werkwoord — blies omververleden tijd enkelvoud — bliezen omververleden tijd meervoud — omvergeblazenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik blaas omver blies omver
jij blaast omver blies omver
hij, zij, het blaast omver blies omver
wij blazen omver bliezen omver
jullie blazen omver bliezen omver
zij blazen omver bliezen omver
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
blaas omver gebiedende wijs
blies omver verleden tijd
er is omvergeblazen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omvergeblazen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omvergeblazen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omvergeblazen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omvergeblazen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omvergeblazen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omvergeblazen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omvergeblazen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omvergeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omvergeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omvergeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omvergeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvergeblazen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
omver te blazen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omver te zullen blazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omver zal blazen bijzin, toekomende tijd
omver zou blazen bijzin, voorwaardelijk
omver zouden blazen bijzin, voorwaardelijk
omver zoudt blazen bijzin, voorwaardelijk
omver zullen blazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omver zullen blazen bijzin, toekomende tijd
omver zult blazen bijzin, toekomende tijd
omverblaas bijzin, tegenwoordige tijd
omverblaast bijzin, tegenwoordige tijd
omverblazend onvoltooid, deelwoord
omverblies bijzin, verleden tijd
omverbliezen bijzin, verleden tijd
omvergeblazen verleden tijd, deelwoord
omvergeblazen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvergeblazen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omvergeblazen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergeblazen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergeblazen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omvergeblazen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvergeblazen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omvergeblazen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvergeblazen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omvergeblazen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben omvergeblazen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omverblazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvergeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omvergeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omvergeblazen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omvergeblazen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omvergeblazen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omvergeblazen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omverblazen bijzin, toekomende tijd
zal omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omvergeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omvergeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omvergeblazen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omverblazen bijzin, voorwaardelijk
zou omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) omverblazen omver zou(dt) blazen bijzin, voorwaardelijk
zouden omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omverblazen bijzin, voorwaardelijk
zouden omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omverblazen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omvergeblazen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omvergeblazen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen omverblazen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omverblazen bijzin, toekomende tijd
zullen omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omvergeblazen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omvergeblazen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omvergeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omvergeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omvergeblazen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult omverblazen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van omver en blazen

Woordfamilie van omverblazen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
blaas omver gebiedende wijs omverblazen
blaast omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omverblazen
blaze omver woordvorm omverblazen
blazen omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omverblazen
blies omver verleden tijd omverblazen
bliezen omver aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omverblazen
omverblaas subordinate-clause, tegenwoordige tijd omverblazen
omverblaast subordinate-clause, tegenwoordige tijd omverblazen
omverblaze with-subordinate-clause omverblazen
omverblazend onvoltooid deelwoord omverblazen
omverblazende woordvorm omverblazen
omverblies subordinate-clause, verleden tijd omverblazen
omverbliezen subordinate-clause, verleden tijd omverblazen
omvergeblazen voltooid deelwoord omverblazen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omverblazen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omverblazen

Wat is de betekenis van omverblazen?
Omverblazen is een werkwoord. De betekenis is: door blazen omgooien.
Hoe vervoeg ik omverblazen?
Zo vervoeg je omverblazen zo: het voltooid deelwoord is omvergeblazen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omverblazen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. B 3
  7. L 3
  8. A 1
  9. Z 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omverblazen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. V 4
  4. E 1
  5. R 2
  6. B 4
  7. L 3
  8. A 1
  9. Z 5
  10. E 1
  11. N 1
  12. 26 zonder bonus
  13. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omverblazen in het kort

omverblazen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omverblazen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omverblazen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omverblazen: door blazen omgooien
Deel omverblazen — standaardnederlands.nl