Naar de inhoud

omspellen

omzetten naar een andere spelling

omspellen

werkwoord

Betekenis

  1. omzetten naar een andere spelling

Vervoeging van omspellen

omspellenhele werkwoord — spelde omverleden tijd enkelvoud — spelden omverleden tijd meervoud — omgespeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spel om spelde om
jij spelt om spelde om
hij, zij, het spelt om spelde om
wij spellen om spelden om
jullie spellen om spelden om
zij spellen om spelden om
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgespeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgespeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgespeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgespeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgespeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgespeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgespeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te spellen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen spellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal spellen bijzin, toekomende tijd
om zou spellen bijzin, voorwaardelijk
om zouden spellen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt spellen bijzin, voorwaardelijk
om zullen spellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen spellen bijzin, toekomende tijd
om zult spellen bijzin, toekomende tijd
omgespeld verleden tijd, deelwoord
omgespeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgespeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgespeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgespeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgespeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omspel bijzin, tegenwoordige tijd
omspelde bijzin, verleden tijd
omspelden bijzin, verleden tijd
omspellend onvoltooid, deelwoord
omspelt bijzin, tegenwoordige tijd
spel om gebiedende wijs
spelde om verleden tijd
te hebben omgespeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omspellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgespeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgespeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgespeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgespeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgespeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omspellen bijzin, toekomende tijd
zijn omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgespeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omspellen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omspellen om zou(dt) spellen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omspellen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgespeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgespeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omspellen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgespeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgespeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgespeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgespeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omspellen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omspellen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omspellen bijzin, toekomende tijd
zult omgespeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om en spellen

Woordfamilie van omspellen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omspel subordinate-clause, tegenwoordige tijd omspellen
omspelle with-subordinate-clause omspellen
omspellend onvoltooid deelwoord omspellen
omspellende woordvorm omspellen
omspelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omspellen
spel om gebiedende wijs omspellen
spelle om woordvorm omspellen
spellen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omspellen
spelt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omspellen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omspellen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omspellen

Wat is de betekenis van omspellen?
Omspellen is een werkwoord. De betekenis is: omzetten naar een andere spelling.
Hoe vervoeg ik omspellen?
Zo vervoeg je omspellen zo: het voltooid deelwoord is omgespeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omspellen is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. P 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omspellen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. P 4
  5. E 1
  6. L 3
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omspellen in het kort

omspellen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omspellen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omspellen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omspellen: omzetten naar een andere spelling
Deel omspellen — standaardnederlands.nl