Naar de inhoud

omsmelten

door smelten en weer laten stollen een andere vorm geven

omsmelten

werkwoord

Betekenis

  1. door smelten en weer laten stollen een andere vorm geven
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van omsmelten

omsmeltenhele werkwoord — smolt omverleden tijd enkelvoud — smolten omverleden tijd meervoud — omgesmoltenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smelt om smolt om
jij smelt om smolt om
hij, zij, het smelt om smolt om
wij smelten om smolten om
jullie smelten om smolten om
zij smelten om smolten om
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgesmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omgesmolten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omgesmolten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omgesmolten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omgesmolten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omgesmolten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omgesmolten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omgesmolten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te smelten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal smelten bijzin, toekomende tijd
om zou smelten bijzin, voorwaardelijk
om zouden smelten bijzin, voorwaardelijk
om zoudt smelten bijzin, voorwaardelijk
om zullen smelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen smelten bijzin, toekomende tijd
om zult smelten bijzin, toekomende tijd
omgesmolten verleden tijd, deelwoord
omgesmolten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgesmolten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgesmolten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgesmolten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgesmolten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgesmolten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgesmolten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgesmolten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgesmolten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgesmolten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omsmelt bijzin, tegenwoordige tijd
omsmeltend onvoltooid, deelwoord
omsmolt bijzin, verleden tijd
omsmolten bijzin, verleden tijd
smelt om gebiedende wijs
smolt om verleden tijd
te hebben omgesmolten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgesmolten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgesmolten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgesmolten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgesmolten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omsmelten bijzin, toekomende tijd
zijn omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgesmolten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omsmelten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omsmelten om zou(dt) smelten bijzin, voorwaardelijk
zouden omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omsmelten bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgesmolten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgesmolten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omsmelten bijzin, voorwaardelijk
zullen omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgesmolten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omsmelten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omsmelten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omsmelten bijzin, toekomende tijd
zult omgesmolten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgesmolten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om bw en smelten ww

Woordfamilie van omsmelten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgesmolten voltooid deelwoord omsmelten
omsmelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omsmelten
omsmelte with-subordinate-clause omsmelten
omsmeltend onvoltooid deelwoord omsmelten
omsmeltende woordvorm omsmelten
omsmolt subordinate-clause, verleden tijd omsmelten
omsmolten subordinate-clause, verleden tijd omsmelten
smelt om gebiedende wijs omsmelten
smelte om woordvorm omsmelten
smelten om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omsmelten
smolt om verleden tijd omsmelten
smolten om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omsmelten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omsmelten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omsmelten

Wat betekent omsmelten?
Omsmelten is een werkwoord. Het woord betekent: door smelten en weer laten stollen een andere vorm geven. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je omsmelten?
Je vervoegt omsmelten als volgt: het voltooid deelwoord is omgesmolten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omsmelten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omsmelten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. L 3
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omsmelten in het kort

omsmelten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van omsmelten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omsmelten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omsmelten: door smelten en weer laten stollen een andere vorm geven
Deel omsmelten — standaardnederlands.nl