Naar de inhoud

omsluiten

aan alle kanten insluiten.

omsluiten

werkwoord

Betekenis

  1. aan alle kanten insluiten.
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van omsluiten

omsluitenhele werkwoord — omslootverleden tijd enkelvoud — omslotenverleden tijd meervoud — omslotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik omsluit omsloot
jij omsluit omsloot
hij, zij, het omsluit omsloot
wij omsluiten omsloten
jullie omsluiten omsloten
zij omsluiten omsloten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omsloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was omsloten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd omsloten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt omsloten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal omsloten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal omsloten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou omsloten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou omsloten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had omsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had omsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden omsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden omsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omsloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
omsloot verleden tijd
omsloten verleden tijd, deelwoord
omsloten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omsloten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omsloten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omsloten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omsloten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omsloten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omsloten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omsloten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omsloten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omsloten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omsluit gebiedende wijs
omsluite aanvoegende wijs
omsluitend onvoltooid, deelwoord
te hebben omsloten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te omsluiten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omsloten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omsloten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omsloten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omsloten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omsloten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omsloten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt omsloten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omsloten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omsluiten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult omsloten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omsloten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omsloten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omsluiten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van om bw en sluiten ww

Woordfamilie van omsluiten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omsloot verleden tijd omsluiten
omsloten voltooid deelwoord omsluiten
omsluit gebiedende wijs omsluiten
omsluite aanvoegende wijs omsluiten
omsluitend onvoltooid deelwoord omsluiten
omsluitende woordvorm omsluiten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omsluiten zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over omsluiten

Wat is de betekenis van omsluiten?
Omsluiten is een werkwoord. De betekenis is: aan alle kanten insluiten. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omsluiten?
Zo vervoeg je omsluiten zo: de tegenwoordige tijd is omsluit, de verleden tijd is omsloot en het voltooid deelwoord is omsloten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omsluiten is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. L 3
  5. U 4
  6. I 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omsluiten levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. L 3
  5. U 2
  6. I 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omsluiten in het kort

omsluiten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omsluiten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omsluiten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omsluiten: aan alle kanten insluiten.
Deel omsluiten — standaardnederlands.nl