omslaan
werkwoord ˈɔmslanBetekenis
- iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
- om iets heen bewegen
- plotseling en met geweld omkantelen of omvallen van boten, voertuigen
- plotseling veranderen van iets
Hoe spreek je omslaan uit?
/ˈɔmslan/
Omslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| s | sok |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omslaan
omslaanhele werkwoord — sloeg omverleden tijd enkelvoud — sloegen omverleden tijd meervoud — omgeslagenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | sla om | sloeg om |
| jij | slaat om | sloeg om |
| hij, zij, het | slaat om | sloeg om |
| wij | slaan om | sloegen om |
| jullie | slaan om | sloegen om |
| zij | slaan om | sloegen om |
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgeslagen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was omgeslagen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd omgeslagen | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt omgeslagen | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal omgeslagen worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal omgeslagen zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou omgeslagen worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou omgeslagen zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben omgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| om te slaan | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
| om zou slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen slaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen slaan | bijzin, toekomende tijd |
| om zult slaan | bijzin, toekomende tijd |
| omgeslagen | verleden tijd, deelwoord |
| omgeslagen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeslagen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeslagen te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeslagen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeslagen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeslagen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeslagen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeslagen zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeslagen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeslagen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omsla | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omslaand | onvoltooid, deelwoord |
| omslaat | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omsloeg | bijzin, verleden tijd |
| omsloegen | bijzin, verleden tijd |
| omsloegt | bijzin, verleden tijd |
| sla om | gebiedende wijs |
| sloeg om | verleden tijd |
| te hebben/zijn omgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgeslagen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgeslagen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgeslagen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgeslagen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgeslagen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgeslagen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omslaan om zou(dt) slaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgeslagen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omslaan | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omslaan | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgeslagen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omgeslagen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omslaan | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omslaan | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omslaan om zult/zal slaan | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om en slaan
Woordfamilie van omslaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| omgeslagen | voltooid deelwoord | omslaan |
| omsla | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omslaan |
| omslaand | onvoltooid deelwoord | omslaan |
| omslaande | woordvorm | omslaan |
| omslaat | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omslaan |
| omsloeg | subordinate-clause, verleden tijd | omslaan |
| omsloegen | subordinate-clause, verleden tijd | omslaan |
| sla om | gebiedende wijs | omslaan |
| slaan om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omslaan |
| slaat om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omslaan |
| sloeg om | verleden tijd | omslaan |
| sloegen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omslaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omslaan zijn vastgelegd.