Naar de inhoud

omslaan

iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen

omslaan

werkwoord ˈɔmslan

Betekenis

  1. iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
  2. om iets heen bewegen
  3. plotseling en met geweld omkantelen of omvallen van boten, voertuigen
  4. plotseling veranderen van iets

Hoe spreek je omslaan uit?

/ˈɔmslan/

Omslaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɔmslan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɔ bot
m maan
s sok
l land
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van omslaan

omslaanhele werkwoord — sloeg omverleden tijd enkelvoud — sloegen omverleden tijd meervoud — omgeslagenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik sla om sloeg om
jij slaat om sloeg om
hij, zij, het slaat om sloeg om
wij slaan om sloegen om
jullie slaan om sloegen om
zij slaan om sloegen om
Alle 119 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is omgeslagen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was omgeslagen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd omgeslagen impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt omgeslagen impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal omgeslagen worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal omgeslagen zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou omgeslagen worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou omgeslagen zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
hebben omgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
om te slaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal slaan bijzin, toekomende tijd
om zou slaan bijzin, voorwaardelijk
om zouden slaan bijzin, voorwaardelijk
om zoudt slaan bijzin, voorwaardelijk
om zullen slaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen slaan bijzin, toekomende tijd
om zult slaan bijzin, toekomende tijd
omgeslagen verleden tijd, deelwoord
omgeslagen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgeslagen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
omgeslagen te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeslagen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeslagen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgeslagen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgeslagen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
omgeslagen zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgeslagen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
omgeslagen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omsla bijzin, tegenwoordige tijd
omslaand onvoltooid, deelwoord
omslaat bijzin, tegenwoordige tijd
omsloeg bijzin, verleden tijd
omsloegen bijzin, verleden tijd
omsloegt bijzin, verleden tijd
sla om gebiedende wijs
sloeg om verleden tijd
te hebben/zijn omgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgeslagen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgeslagen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgeslagen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt omgeslagen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omslaan bijzin, toekomende tijd
zijn omgeslagen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgeslagen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omslaan bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omslaan om zou(dt) slaan bijzin, voorwaardelijk
zouden omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omslaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omgeslagen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omslaan bijzin, voorwaardelijk
zullen omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omslaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omslaan bijzin, toekomende tijd
zult omgeslagen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omgeslagen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omslaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omslaan bijzin, toekomende tijd
zult/zal omslaan om zult/zal slaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van om en slaan

Woordfamilie van omslaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
omgeslagen voltooid deelwoord omslaan
omsla subordinate-clause, tegenwoordige tijd omslaan
omslaand onvoltooid deelwoord omslaan
omslaande woordvorm omslaan
omslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd omslaan
omsloeg subordinate-clause, verleden tijd omslaan
omsloegen subordinate-clause, verleden tijd omslaan
sla om gebiedende wijs omslaan
slaan om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omslaan
slaat om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omslaan
sloeg om verleden tijd omslaan
sloegen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omslaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omslaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omslaan

Hoe spreek ik omslaan uit?
Zo spreek je omslaan uit: /ˈɔmslan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van omslaan?
Omslaan is een werkwoord. De betekenis is: iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik omslaan?
Zo vervoeg je omslaan zo: het voltooid deelwoord is omgeslagen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omslaan is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omslaan levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 94 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 94 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

omslaan telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

omslaan in het kort

omslaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van omslaan staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort omslaan bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

omslaan: iets met een draaiing bewegen zodat de ommezijde boven komt te liggen
Deel omslaan — standaardnederlands.nl