Naar de inhoud

ommuren

omsluiten met een stenen muur

ommuren

werkwoord

Betekenis

  1. omsluiten met een stenen muur

Vervoeging van ommuren

ommurenhele werkwoord — ommuurdeverleden tijd enkelvoud — ommuurdenverleden tijd meervoud — ommuurdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ommuur ommuurde
jij ommuurt ommuurde
hij, zij, het ommuurt ommuurde
wij ommuren ommuurden
jullie ommuren ommuurden
zij ommuren ommuurden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is ommuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was ommuurd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd ommuurd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt ommuurd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal ommuurd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal ommuurd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou ommuurd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou ommuurd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had ommuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ommuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ommuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ommuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ommuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
ommure aanvoegende wijs
ommurend onvoltooid, deelwoord
ommuur gebiedende wijs
ommuurd verleden tijd, deelwoord
ommuurd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ommuurd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
ommuurd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ommuurd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
ommuurd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ommuurd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ommuurd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
ommuurd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ommuurd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
ommuurd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ommuurde verleden tijd
te hebben ommuurd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te ommuren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ommuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ommuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ommuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ommuurd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ommuurd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ommuurd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt ommuurd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt ommuurd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ommuurd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ommuren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ommuurd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ommuurd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ommuren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ommuren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ommuurd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ommuurd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ommuurd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstellende afleiing van om (bijwoord) en muur (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -en dat de onbepaalde wijs van een (werkwoord) vormt

Woordfamilie van ommuren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ommure aanvoegende wijs ommuren
ommurend onvoltooid deelwoord ommuren
ommurende woordvorm ommuren
ommuur gebiedende wijs ommuren
ommuurden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ommuren
ommuurt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ommuren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ommuren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ommuren

Wat is de betekenis van ommuren?
Ommuren is een werkwoord. De betekenis is: omsluiten met een stenen muur.
Hoe vervoeg ik ommuren?
Zo vervoeg je ommuren zo: de tegenwoordige tijd is ommuur, de verleden tijd is ommuurde en het voltooid deelwoord is ommuurd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ommuren is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. M 3
  4. U 4
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ommuren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. M 3
  4. U 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

ommuren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ommuren in het kort

ommuren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van ommuren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ommuren bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ommuren: omsluiten met een stenen muur
Deel ommuren — standaardnederlands.nl