omleiden
werkwoord ˈɔmlɛidə(n)Betekenis
- het uitzetten van een alternatief pad rondom een ontoegankelijk deel van de weg
Hoe spreek je omleiden uit?
/ˈɔmlɛidən/
Omleiden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| m | maan |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van omleiden
omleidenhele werkwoord — leidde omverleden tijd enkelvoud — leidden omverleden tijd meervoud — omgeleidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | leid om | leidde om |
| jij | leidt om | leidde om |
| hij, zij, het | leidt om | leidde om |
| wij | leiden om | leidden om |
| jullie | leiden om | leidden om |
| zij | leiden om | leidden om |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is omgeleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was omgeleid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd omgeleid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt omgeleid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal omgeleid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal omgeleid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou omgeleid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou omgeleid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had omgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had omgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden omgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden omgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leid om | gebiedende wijs |
| leidde om | verleden tijd |
| om te leiden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen leiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal leiden | bijzin, toekomende tijd |
| om zou leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen leiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen leiden | bijzin, toekomende tijd |
| om zult leiden | bijzin, toekomende tijd |
| omgeleid | verleden tijd, deelwoord |
| omgeleid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeleid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| omgeleid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeleid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeleid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgeleid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeleid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| omgeleid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeleid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omgeleid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omleid | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omleidde | bijzin, verleden tijd |
| omleidden | bijzin, verleden tijd |
| omleidend | onvoltooid, deelwoord |
| omleidt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben omgeleid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgeleid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgeleid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgeleid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt omgeleid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal omgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omleiden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgeleid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omleiden om zou(dt) leiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgeleid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omgeleid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omleiden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omgeleid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgeleid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omleiden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omleiden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omleiden | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgeleid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van om en leiden
Woordfamilie van omleiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leid om | gebiedende wijs | omleiden |
| leidde om | verleden tijd | omleiden |
| leidden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omleiden |
| leide om | woordvorm | omleiden |
| leiden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omleiden |
| leidt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omleiden |
| omgeleid | voltooid deelwoord | omleiden |
| omgeleide | woordvorm | omleiden |
| omleid | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omleiden |
| omleidde | subordinate-clause, verleden tijd | omleiden |
| omleidden | subordinate-clause, verleden tijd | omleiden |
| omleide | with-subordinate-clause | omleiden |
| omleidend | onvoltooid deelwoord | omleiden |
| omleidende | woordvorm | omleiden |
| omleidt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omleiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omleiden zijn vastgelegd.