omkukelen
werkwoordBetekenis
- omvallen
Vervoeging van omkukelen
omkukelenhele werkwoord — kukelde omverleden tijd enkelvoud — kukelden omverleden tijd meervoud — omgekukeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kukel om | kukelde om |
| jij | kukelt om | kukelde om |
| hij, zij, het | kukelt om | kukelde om |
| wij | kukelen om | kukelden om |
| jullie | kukelen om | kukelden om |
| zij | kukelen om | kukelden om |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kukel om | gebiedende wijs |
| kukelde om | verleden tijd |
| om te kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| om te zullen kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| om zal kukelen | bijzin, toekomende tijd |
| om zou kukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zouden kukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zoudt kukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| om zullen kukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| om zullen kukelen | bijzin, toekomende tijd |
| om zult kukelen | bijzin, toekomende tijd |
| omgekukeld | verleden tijd, deelwoord |
| omgekukeld te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| omgekukeld zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| omkukel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| omkukelde | bijzin, verleden tijd |
| omkukelden | bijzin, verleden tijd |
| omkukelend | onvoltooid, deelwoord |
| omkukelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te zijn omgekukeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen omkukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart omgekukeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekukeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren omgekukeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren omgekukeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was omgekukeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was omgekukeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was omgekukeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal omkukelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn omgekukeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt omgekukeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou omkukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) omkukelen om zou(dt) kukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden omkukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt omgekukeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt omkukelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen omkukelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen omkukelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult omgekukeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult omkukelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult omkukelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal omkukelen om zult/zal kukelen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van om en kukelen
Woordfamilie van omkukelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kukel om | gebiedende wijs | omkukelen |
| kukelde om | verleden tijd | omkukelen |
| kukelden om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | omkukelen |
| kukele om | woordvorm | omkukelen |
| kukelen om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | omkukelen |
| kukelt om | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | omkukelen |
| omgekukeld | voltooid deelwoord | omkukelen |
| omgekukelde | woordvorm | omkukelen |
| omkukel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkukelen |
| omkukelde | subordinate-clause, verleden tijd | omkukelen |
| omkukelden | subordinate-clause, verleden tijd | omkukelen |
| omkukele | with-subordinate-clause | omkukelen |
| omkukelend | onvoltooid deelwoord | omkukelen |
| omkukelende | woordvorm | omkukelen |
| omkukelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | omkukelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omkukelen zijn vastgelegd.