Naar de inhoud

omkukelen

omvallen

omkukelen

werkwoord

Betekenis

  1. omvallen

Vervoeging van omkukelen

omkukelenhele werkwoord — kukelde omverleden tijd enkelvoud — kukelden omverleden tijd meervoud — omgekukeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kukel om kukelde om
jij kukelt om kukelde om
hij, zij, het kukelt om kukelde om
wij kukelen om kukelden om
jullie kukelen om kukelden om
zij kukelen om kukelden om
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kukel om gebiedende wijs
kukelde om verleden tijd
om te kukelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
om te zullen kukelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
om zal kukelen bijzin, toekomende tijd
om zou kukelen bijzin, voorwaardelijk
om zouden kukelen bijzin, voorwaardelijk
om zoudt kukelen bijzin, voorwaardelijk
om zullen kukelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
om zullen kukelen bijzin, toekomende tijd
om zult kukelen bijzin, toekomende tijd
omgekukeld verleden tijd, deelwoord
omgekukeld te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
omgekukeld zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
omkukel bijzin, tegenwoordige tijd
omkukelde bijzin, verleden tijd
omkukelden bijzin, verleden tijd
omkukelend onvoltooid, deelwoord
omkukelt bijzin, tegenwoordige tijd
te zijn omgekukeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen omkukelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart omgekukeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgekukeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren omgekukeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren omgekukeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was omgekukeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was omgekukeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was omgekukeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal omkukelen bijzin, toekomende tijd
zijn omgekukeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt omgekukeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou omkukelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) omkukelen om zou(dt) kukelen bijzin, voorwaardelijk
zouden omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden omkukelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt omgekukeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt omkukelen bijzin, voorwaardelijk
zullen omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen omkukelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen omkukelen bijzin, toekomende tijd
zult omgekukeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult omkukelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult omkukelen bijzin, toekomende tijd
zult/zal omkukelen om zult/zal kukelen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van om en kukelen

Woordfamilie van omkukelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
kukel om gebiedende wijs omkukelen
kukelde om verleden tijd omkukelen
kukelden om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon omkukelen
kukele om woordvorm omkukelen
kukelen om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon omkukelen
kukelt om aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon omkukelen
omgekukeld voltooid deelwoord omkukelen
omgekukelde woordvorm omkukelen
omkukel subordinate-clause, tegenwoordige tijd omkukelen
omkukelde subordinate-clause, verleden tijd omkukelen
omkukelden subordinate-clause, verleden tijd omkukelen
omkukele with-subordinate-clause omkukelen
omkukelend onvoltooid deelwoord omkukelen
omkukelende woordvorm omkukelen
omkukelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd omkukelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van omkukelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over omkukelen

Wat betekent omkukelen?
Omkukelen is een werkwoord. Het woord betekent: omvallen.
Hoe vervoeg je omkukelen?
Je vervoegt omkukelen als volgt: het voltooid deelwoord is omgekukeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord omkukelen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. M 3
  3. K 3
  4. U 4
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

omkukelen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. M 3
  3. K 3
  4. U 2
  5. K 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

omkukelen in het kort

omkukelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van omkukelen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort omkukelen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

omkukelen: omvallen
Deel omkukelen — standaardnederlands.nl