olm
zelfstandig naamwoordBetekenis
- boom uit de iepenfamilie
- iep
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor loofbomen uit het geslacht Ulmus van de iepenfamilie
- Proteus anguinus een salamander uit de familie olmachtigen (Proteidae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| olmen | meervoud |
| olmpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| olmpjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘iep’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
Woordfamilie van olm
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| olmen | meervoud | olm |
| olmpje | verkleinwoord | olm |
| olmpjes | verkleinwoord meervoud | olm |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van olm zijn vastgelegd.