ollekebolleke
zelfstandig naamwoord ˌɔləkəˈbɔləkəBetekenis
- dactylisch vers in het Nederlandse taalgebied werd geïntroduceerd door w:Drs. P|Drs. P bestaande uit twee strofen van vier regels en een zesde regel gevormd wordt door één woord
Hoe spreek je ollekebolleke uit?
/ˌɔləkəˈbɔləkə/
Ollekebolleke bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| l | land |
| ə | de |
| k | kat |
| b | bak |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- dactylisch vers in het Nederlandse taalgebied, bestaande uit twee strofen van vier regels en een zesde regel gevormd wordt door één woord
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ollekebollekes | meervoud |
Herkomst
uit het begin van het aftelrijmpje "olleke bolleke rubisolleke ollekebolleke knol", als benaming van een door Drs. P bedachte versvorm aangetroffen vanaf 1975
Woordfamilie van ollekebolleke
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ollekebollekes | meervoud | ollekebolleke |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ollekebolleke zijn vastgelegd.