Naar de inhoud

octrooieren

een uitvinding wettelijk beschermen door middel van een octrooi

octrooieren

werkwoord

Betekenis

  1. een uitvinding wettelijk beschermen door middel van een octrooi

Vervoeging van octrooieren

octrooierenhele werkwoord — octrooieerdeverleden tijd enkelvoud — octrooieerdenverleden tijd meervoud — geoctrooieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik octrooieer octrooieerde
jij octrooieert octrooieerde
hij, zij, het octrooieert octrooieerde
wij octrooieren octrooieerden
jullie octrooieren octrooieerden
zij octrooieren octrooieerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geoctrooieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geoctrooieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geoctrooieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geoctrooieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geoctrooieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geoctrooieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geoctrooieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geoctrooieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geoctrooieerd verleden tijd, deelwoord
geoctrooieerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoctrooieerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geoctrooieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoctrooieerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoctrooieerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geoctrooieerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoctrooieerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geoctrooieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoctrooieerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geoctrooieerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoctrooieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
octrooieer gebiedende wijs
octrooieerde verleden tijd
octrooiere aanvoegende wijs
octrooierend onvoltooid, deelwoord
te hebben geoctrooieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te octrooieren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen octrooieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geoctrooieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geoctrooieerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geoctrooieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geoctrooieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geoctrooieerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen octrooieren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geoctrooieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoctrooieerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geoctrooieerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult octrooieren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van octrooieren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geoctrooieerd voltooid deelwoord octrooieren
geoctrooieerde woordvorm octrooieren
octrooieer gebiedende wijs octrooieren
octrooieerde verleden tijd octrooieren
octrooieerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon octrooieren
octrooieert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon octrooieren
octrooiere aanvoegende wijs octrooieren
octrooierend onvoltooid deelwoord octrooieren
octrooierende woordvorm octrooieren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van octrooieren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over octrooieren

Wat is de betekenis van octrooieren?
Octrooieren is een werkwoord. De betekenis is: een uitvinding wettelijk beschermen door middel van een octrooi.
Hoe vervoeg ik octrooieren?
Zo vervoeg je octrooieren zo: de tegenwoordige tijd is octrooieer, de verleden tijd is octrooieerde en het voltooid deelwoord is geoctrooieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord octrooieren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. C 5
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. I 1
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

octrooieren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. C 5
  3. T 2
  4. R 2
  5. O 1
  6. O 1
  7. I 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

octrooieren in het kort

octrooieren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van octrooieren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort octrooieren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

octrooieren: een uitvinding wettelijk beschermen door middel van een octrooi
Deel octrooieren — standaardnederlands.nl