notificeren
werkwoordBetekenis
- bekendmaken
- vastleggen dat een (post)stuk ontvangen is
Vervoeging van notificeren
notificerenhele werkwoord — notificeerdeverleden tijd enkelvoud — notificeerdenverleden tijd meervoud — genotificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | notificeer | notificeerde |
| jij | notificeert | notificeerde |
| hij, zij, het | notificeert | notificeerde |
| wij | notificeren | notificeerden |
| jullie | notificeren | notificeerden |
| zij | notificeren | notificeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is genotificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was genotificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd genotificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt genotificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal genotificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal genotificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou genotificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou genotificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| genotificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| genotificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genotificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| genotificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genotificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genotificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| genotificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genotificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| genotificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genotificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| genotificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had genotificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had genotificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden genotificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden genotificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genotificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| notificeer | gebiedende wijs |
| notificeerde | verleden tijd |
| notificere | aanvoegende wijs |
| notificerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben genotificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te notificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen notificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genotificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren genotificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was genotificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was genotificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was genotificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt genotificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt genotificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt genotificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt genotificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen notificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult genotificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genotificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult genotificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult notificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bekendmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1635
Woordfamilie van notificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| genotificeerd | voltooid deelwoord | notificeren |
| genotificeerde | woordvorm | notificeren |
| notificeer | gebiedende wijs | notificeren |
| notificeerde | verleden tijd | notificeren |
| notificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | notificeren |
| notificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | notificeren |
| notificere | aanvoegende wijs | notificeren |
| notificerend | onvoltooid deelwoord | notificeren |
| notificerende | woordvorm | notificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van notificeren zijn vastgelegd.