Naar de inhoud

notificeren

bekendmaken

notificeren

werkwoord

Betekenis

  1. bekendmaken
  2. vastleggen dat een (post)stuk ontvangen is

Vervoeging van notificeren

notificerenhele werkwoord — notificeerdeverleden tijd enkelvoud — notificeerdenverleden tijd meervoud — genotificeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik notificeer notificeerde
jij notificeert notificeerde
hij, zij, het notificeert notificeerde
wij notificeren notificeerden
jullie notificeren notificeerden
zij notificeren notificeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genotificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genotificeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genotificeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genotificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genotificeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genotificeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genotificeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genotificeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genotificeerd verleden tijd, deelwoord
genotificeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genotificeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genotificeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genotificeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genotificeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genotificeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genotificeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genotificeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genotificeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genotificeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genotificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genotificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genotificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genotificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genotificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
notificeer gebiedende wijs
notificeerde verleden tijd
notificere aanvoegende wijs
notificerend onvoltooid, deelwoord
te hebben genotificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te notificeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen notificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genotificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genotificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genotificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genotificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genotificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genotificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genotificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genotificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genotificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt notificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen notificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genotificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genotificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genotificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult notificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bekendmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1635

Woordfamilie van notificeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genotificeerd voltooid deelwoord notificeren
genotificeerde woordvorm notificeren
notificeer gebiedende wijs notificeren
notificeerde verleden tijd notificeren
notificeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon notificeren
notificeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon notificeren
notificere aanvoegende wijs notificeren
notificerend onvoltooid deelwoord notificeren
notificerende woordvorm notificeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van notificeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over notificeren

Wat betekent notificeren?
Notificeren is een werkwoord. Het woord betekent: bekendmaken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je notificeren?
Je vervoegt notificeren als volgt: de tegenwoordige tijd is notificeer, de verleden tijd is notificeerde en het voltooid deelwoord is genotificeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord notificeren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. O 1
  3. T 2
  4. I 1
  5. F 4
  6. I 1
  7. C 5
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

notificeren levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. O 1
  3. T 2
  4. I 2
  5. F 4
  6. I 2
  7. C 5
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 22 zonder bonus
  13. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

notificeren in het kort

notificeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van notificeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort notificeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

notificeren: bekendmaken
Deel notificeren — standaardnederlands.nl