nikkel
zelfstandig naamwoord ˈnɪkəlBetekenis
- scheikundig element met symbool Ni en atoomnummer 28. Het is een zilverwit/grijs overgangsmetaal
- geldstuk gemaakt van nikkel
- scheikundig element met atoomnummer 28. Het is een zilverwit/grijs overgangsmetaal
- atoomdeeltje van nikkel.
Hoe spreek je nikkel uit?
/ˈnɪkəl/
Nikkel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nikkeltje(2) | verkleinwoord, enkelvoud |
| nikkeltjes(2) | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘chemisch element’ voor het eerst aangetroffen in 1770
Woordfamilie van nikkel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nikkeltje | woordvorm | nikkel |
| nikkeltjes | meervoud | nikkel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nikkel zijn vastgelegd.