niesen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plotselinge, krachtige uitademing om de neus te reinigen van prikkelende stoffen
Vervoeging van niesen
niesenhele werkwoord — niesteverleden tijd enkelvoud — niestenverleden tijd meervoud — geniestvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | nies | nieste |
| jij | niest | nieste |
| hij, zij, het | niest | nieste |
| wij | niesen | niesten |
| jullie | niesen | niesten |
| zij | niesen | niesten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| geniest | verleden tijd, deelwoord |
| geniest te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geniest zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geniest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geniest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geniest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geniest | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geniest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geniest | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geniest | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geniest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geniest | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| nies | gebiedende wijs |
| niese | aanvoegende wijs |
| niesend | onvoltooid, deelwoord |
| nieste | verleden tijd |
| te hebben geniest | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te niesen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen niesen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geniest hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt niesen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen niesen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geniest hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult niesen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord niese
Herkomst
werkwoord van Middelnederlands
Woordfamilie van niesen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geniest | voltooid deelwoord | niesen |
| niesend | onvoltooid deelwoord | niesen |
| niesende | woordvorm | niesen |
| nieste | verleden tijd | niesen |
| niesten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | niesen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van niesen zijn vastgelegd.