neutraliseren
werkwoordBetekenis
- werking of invloed tenietdoen van, opheffen
- een zure of basische reactie stoppen door het toevoegen van een hoeveelheid base resp. zuur
Vervoeging van neutraliseren
neutraliserenhele werkwoord — neutraliseerdeverleden tijd enkelvoud — neutraliseerdenverleden tijd meervoud — geneutraliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neutraliseer | neutraliseerde |
| jij | neutraliseert | neutraliseerde |
| hij, zij, het | neutraliseert | neutraliseerde |
| wij | neutraliseren | neutraliseerden |
| jullie | neutraliseren | neutraliseerden |
| zij | neutraliseren | neutraliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geneutraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geneutraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geneutraliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geneutraliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geneutraliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geneutraliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geneutraliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geneutraliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geneutraliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geneutraliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneutraliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneutraliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneutraliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneutraliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneutraliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneutraliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneutraliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneutraliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneutraliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geneutraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neutraliseer | gebiedende wijs |
| neutraliseerde | verleden tijd |
| neutralisere | aanvoegende wijs |
| neutraliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geneutraliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te neutraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neutraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geneutraliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geneutraliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geneutraliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geneutraliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geneutraliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neutraliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geneutraliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geneutraliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geneutraliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult neutraliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse neutraliser met het achtervoegsel -iseren
Woordfamilie van neutraliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geneutraliseerd | voltooid deelwoord | neutraliseren |
| geneutraliseerde | woordvorm | neutraliseren |
| neutraliseer | gebiedende wijs | neutraliseren |
| neutraliseerde | verleden tijd | neutraliseren |
| neutraliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neutraliseren |
| neutraliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neutraliseren |
| neutralisere | aanvoegende wijs | neutraliseren |
| neutraliserend | onvoltooid deelwoord | neutraliseren |
| neutraliserende | woordvorm | neutraliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neutraliseren zijn vastgelegd.