neigen
werkwoordBetekenis
- een tendens vertonen
Vervoeging van neigen
neigenhele werkwoord — neigdeverleden tijd enkelvoud — neigdenverleden tijd meervoud — geneigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | neig | neigde |
| jij | neigt | neigde |
| hij, zij, het | neigt | neigde |
| wij | neigen | neigden |
| jullie | neigen | neigden |
| zij | neigen | neigden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geneigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geneigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geneigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geneigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geneigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geneigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geneigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geneigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geneigd | verleden tijd, deelwoord |
| geneigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geneigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneigd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geneigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geneigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneigd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geneigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neig | gebiedende wijs |
| neigde | verleden tijd |
| neige | aanvoegende wijs |
| neigend | onvoltooid, deelwoord |
| te neigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn geneigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geneigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geneigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geneigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geneigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geneigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geneigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geneigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geneigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geneigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geneigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geneigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geneigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geneigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult neigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘buigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van neigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geneigd | voltooid deelwoord | neigen |
| neig | gebiedende wijs | neigen |
| neigde | verleden tijd | neigen |
| neigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neigen |
| neige | aanvoegende wijs | neigen |
| neigend | onvoltooid deelwoord | neigen |
| neigende | woordvorm | neigen |
| neigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neigen zijn vastgelegd.