neerstromen
werkwoord /ˈnerstromə(n)/Betekenis
- (van water of regen) naar lager gelegen plaatsen vloeien
- neerkomen
Hoe spreek je neerstromen uit?
/ˈnerstromən/
Neerstromen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- naar lager gelegen plaatsen vloeien
Vervoeging van neerstromen
neerstromenhele werkwoord — stroomde neerverleden tijd enkelvoud — stroomden neerverleden tijd meervoud — neergestroomdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stroom neer | stroomde neer |
| jij | stroomt neer | stroomde neer |
| hij, zij, het | stroomt neer | stroomde neer |
| wij | stromen neer | stroomden neer |
| jullie | stromen neer | stroomden neer |
| zij | stromen neer | stroomden neer |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| neer te stromen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| neer te zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neer zal stromen | bijzin, toekomende tijd |
| neer zou stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zouden stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zoudt stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| neer zullen stromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neer zullen stromen | bijzin, toekomende tijd |
| neer zult stromen | bijzin, toekomende tijd |
| neergestroomd | verleden tijd, deelwoord |
| neergestroomd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| neergestroomd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| neerstromend | onvoltooid, deelwoord |
| neerstroom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| neerstroomde | bijzin, verleden tijd |
| neerstroomden | bijzin, verleden tijd |
| neerstroomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| stroom neer | gebiedende wijs |
| stroomde neer | verleden tijd |
| te zijn neergestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen neerstromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart neergestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren neergestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren neergestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was neergestroomd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was neergestroomd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was neergestroomd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal neerstromen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn neergestroomd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt neergestroomd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou neerstromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) neerstromen neer zou(dt) stromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden neerstromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt neergestroomd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt neerstromen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen neerstromen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen neerstromen | bijzin, toekomende tijd |
| zult neergestroomd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult neerstromen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult neerstromen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal neerstromen neer zult/zal stromen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van neer en stromen
Woordfamilie van neerstromen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neergestroomd | voltooid deelwoord | neerstromen |
| neerstrome | with-subordinate-clause | neerstromen |
| neerstromend | onvoltooid deelwoord | neerstromen |
| neerstromende | woordvorm | neerstromen |
| neerstroom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerstromen |
| neerstroomde | subordinate-clause, verleden tijd | neerstromen |
| neerstroomden | subordinate-clause, verleden tijd | neerstromen |
| neerstroomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | neerstromen |
| strome neer | woordvorm | neerstromen |
| stromen neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | neerstromen |
| stroom neer | gebiedende wijs | neerstromen |
| stroomde neer | verleden tijd | neerstromen |
| stroomden neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | neerstromen |
| stroomt neer | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | neerstromen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerstromen zijn vastgelegd.