Naar de inhoud

neerkijken

~ op: een lage dunk van iemand hebben

neerkijken

werkwoord ˈnerkɛikə(n)

Betekenis

  1. ~ op: een lage dunk van iemand hebben
  2. naar omlaag kijken
  3. opkijken naar

Hoe spreek je neerkijken uit?

/ˈnerkɛikən/

Neerkijken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnerkɛikən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
e veel
r rood
k kat
ɛi trein
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van neerkijken

neerkijkenhele werkwoord — keek neerverleden tijd enkelvoud — keken neerverleden tijd meervoud — neergekekenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kijk neer keek neer
jij kijkt neer keek neer
hij, zij, het kijkt neer keek neer
wij kijken neer keken neer
jullie kijken neer keken neer
zij kijken neer keken neer
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is neergekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was neergekeken impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd neergekeken impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt neergekeken impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal neergekeken worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal neergekeken zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou neergekeken worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou neergekeken zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had neergekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had neergekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had neergekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden neergekeken voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden neergekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden neergekeken voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt neergekeken voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft neergekeken voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
keek neer verleden tijd
kijk neer gebiedende wijs
neer te kijken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
neer te zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
neer zal kijken bijzin, toekomende tijd
neer zou kijken bijzin, voorwaardelijk
neer zouden kijken bijzin, voorwaardelijk
neer zoudt kijken bijzin, voorwaardelijk
neer zullen kijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
neer zullen kijken bijzin, toekomende tijd
neer zult kijken bijzin, toekomende tijd
neergekeken verleden tijd, deelwoord
neergekeken te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
neergekeken zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
neerkeek bijzin, verleden tijd
neerkeekt bijzin, verleden tijd
neerkeken bijzin, verleden tijd
neerkijk bijzin, tegenwoordige tijd
neerkijkend onvoltooid, deelwoord
neerkijkt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben neergekeken actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen neerkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal neerkijken bijzin, toekomende tijd
zou neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou neerkijken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) neerkijken neer zou(dt) kijken bijzin, voorwaardelijk
zouden neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden neerkijken bijzin, voorwaardelijk
zoudt neergekeken hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt neerkijken bijzin, voorwaardelijk
zullen neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen neerkijken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen neerkijken bijzin, toekomende tijd
zult neergekeken hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult neerkijken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult neerkijken bijzin, toekomende tijd
zult/zal neerkijken neer zult/zal kijken bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van neer en kijken

Woordfamilie van neerkijken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
keek neer verleden tijd neerkijken
keken neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon neerkijken
kijk neer gebiedende wijs neerkijken
kijke neer woordvorm neerkijken
kijken neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon neerkijken
kijkt neer aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon neerkijken
neergekeken voltooid deelwoord neerkijken
neerkeek subordinate-clause, verleden tijd neerkijken
neerkeken subordinate-clause, verleden tijd neerkijken
neerkijk subordinate-clause, tegenwoordige tijd neerkijken
neerkijke with-subordinate-clause neerkijken
neerkijkend onvoltooid deelwoord neerkijken
neerkijkende woordvorm neerkijken
neerkijkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd neerkijken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neerkijken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over neerkijken

Hoe spreek ik neerkijken uit?
Zo spreek je neerkijken uit: /ˈnerkɛikə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van neerkijken?
Neerkijken is een werkwoord. De betekenis is: ~ op: een lage dunk van iemand hebben. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik neerkijken?
Zo vervoeg je neerkijken zo: het voltooid deelwoord is neergekeken. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord neerkijken is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. I 1
  7. J 4
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

neerkijken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. E 1
  3. E 1
  4. R 2
  5. K 3
  6. I 2
  7. J 4
  8. K 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

neerkijken in het kort

neerkijken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van neerkijken staan er 55 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort neerkijken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

neerkijken: ~ op: een lage dunk van iemand hebben
Deel neerkijken — standaardnederlands.nl