nazingen
werkwoordBetekenis
- een gehoorde gezongen frase imiteren
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van nazingen
nazingenhele werkwoord — zong naverleden tijd enkelvoud — zongen naverleden tijd meervoud — nagezongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zing na | zong na |
| jij | zingt na | zong na |
| hij, zij, het | zingt na | zong na |
| wij | zingen na | zongen na |
| jullie | zingen na | zongen na |
| zij | zingen na | zongen na |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagezongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagezongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagezongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagezongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| na te zingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal zingen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen zingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen zingen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult zingen | bijzin, toekomende tijd |
| nagezongen | verleden tijd, deelwoord |
| nagezongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagezongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nazing | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nazingend | onvoltooid, deelwoord |
| nazingt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nazong | bijzin, verleden tijd |
| nazongen | bijzin, verleden tijd |
| nazongt | bijzin, verleden tijd |
| te hebben nagezongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nazingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nazingen | bijzin, toekomende tijd |
| zing na | gebiedende wijs |
| zong na | verleden tijd |
| zou nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nazingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) nazingen na zou(dt) zingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nazingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagezongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nazingen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nazingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nazingen | bijzin, toekomende tijd |
| zult nagezongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult nazingen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult nazingen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal nazingen na zult/zal zingen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en zingen ww
Woordfamilie van nazingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nagezongen | voltooid deelwoord | nazingen |
| nazing | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nazingen |
| nazinge | with-subordinate-clause | nazingen |
| nazingend | onvoltooid deelwoord | nazingen |
| nazingende | woordvorm | nazingen |
| nazingt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nazingen |
| nazong | subordinate-clause, verleden tijd | nazingen |
| nazongen | subordinate-clause, verleden tijd | nazingen |
| zing na | gebiedende wijs | nazingen |
| zinge na | woordvorm | nazingen |
| zingen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nazingen |
| zingt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nazingen |
| zong na | verleden tijd | nazingen |
| zongen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nazingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nazingen zijn vastgelegd.