Naar de inhoud

nazien

iets op onjuistheden inspecteren

nazien

werkwoord ˈnazin

Betekenis

  1. iets op onjuistheden inspecteren

Hoe spreek je nazien uit?

/ˈnazin/

Nazien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnazin/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
z zon
i riet
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van nazien

nazienhele werkwoord — zag naverleden tijd enkelvoud — zagen naverleden tijd meervoud — nagezienvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zie na zag na
jij ziet na zaagt na
hij, zij, het ziet na zag na
wij zien na zagen na
jullie zien na zagen na
zij zien na zagen na
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagezien impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagezien impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagezien impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagezien worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagezien zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagezien worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagezien zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te zien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal zien bijzin, toekomende tijd
na zou zien bijzin, voorwaardelijk
na zouden zien bijzin, voorwaardelijk
na zoudt zien bijzin, voorwaardelijk
na zullen zien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen zien bijzin, toekomende tijd
na zult zien bijzin, toekomende tijd
nagezien verleden tijd, deelwoord
nagezien te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagezien te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagezien te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagezien te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagezien te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagezien worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagezien zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagezien zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagezien zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagezien zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nazaagt bijzin, verleden tijd
nazag bijzin, verleden tijd
nazagen bijzin, verleden tijd
nazie bijzin, tegenwoordige tijd
naziend onvoltooid, deelwoord
naziet bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben nagezien actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nazien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagezien voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagezien voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagezien voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagezien enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagezien enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zag na verleden tijd
zal nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nazien bijzin, toekomende tijd
zie na gebiedende wijs
zijn nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagezien voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nazien bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nazien na zou(dt) zien bijzin, voorwaardelijk
zouden nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nazien bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagezien hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagezien zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nazien bijzin, voorwaardelijk
zullen nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagezien hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagezien worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagezien zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagezien zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagezien zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nazien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nazien aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nazien bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van na bw en zien ww

Woordfamilie van nazien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
nagezien voltooid deelwoord nazien
nageziene woordvorm nazien
nazag subordinate-clause, verleden tijd nazien
nazagen subordinate-clause, verleden tijd nazien
nazie subordinate-clause, tegenwoordige tijd nazien
naziend onvoltooid deelwoord nazien
naziende woordvorm nazien
naziet subordinate-clause, tegenwoordige tijd nazien
zag na verleden tijd nazien
zagen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nazien
zie na gebiedende wijs nazien
zien na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nazien
ziet na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nazien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nazien zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nazien

Hoe spreek je nazien uit?
De uitspraak van nazien is: /ˈnazin/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent nazien?
Nazien is een werkwoord. Het woord betekent: iets op onjuistheden inspecteren.
Hoe vervoeg je nazien?
Je vervoegt nazien als volgt: het voltooid deelwoord is nagezien. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nazien is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. Z 4
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nazien levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. Z 5
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nazien telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

nazien in het kort

nazien staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nazien zijn 90 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nazien bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nazien: iets op onjuistheden inspecteren
Deel nazien — standaardnederlands.nl