Naar de inhoud

nationaliseren

tot eigendom van de staat maken

nationaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. tot eigendom van de staat maken

Vervoeging van nationaliseren

nationaliserenhele werkwoord — nationaliseerdeverleden tijd enkelvoud — nationaliseerdenverleden tijd meervoud — genationaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik nationaliseer nationaliseerde
jij nationaliseert nationaliseerde
hij, zij, het nationaliseert nationaliseerde
wij nationaliseren nationaliseerden
jullie nationaliseren nationaliseerden
zij nationaliseren nationaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genationaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genationaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genationaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genationaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genationaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genationaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genationaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genationaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genationaliseerd verleden tijd, deelwoord
genationaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genationaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genationaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genationaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genationaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genationaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genationaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genationaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genationaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genationaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genationaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genationaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genationaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genationaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genationaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nationaliseer gebiedende wijs
nationaliseerde verleden tijd
nationalisere aanvoegende wijs
nationaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben genationaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te nationaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nationaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genationaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genationaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genationaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genationaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genationaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genationaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genationaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genationaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genationaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nationaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genationaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genationaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genationaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult nationaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse nationaliser (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van nationaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genationaliseerd voltooid deelwoord nationaliseren
nationaliseer gebiedende wijs nationaliseren
nationaliseerde verleden tijd nationaliseren
nationaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nationaliseren
nationaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nationaliseren
nationalisere aanvoegende wijs nationaliseren
nationaliserend onvoltooid deelwoord nationaliseren
nationaliserende woordvorm nationaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nationaliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over nationaliseren

Wat is de betekenis van nationaliseren?
Nationaliseren is een werkwoord. De betekenis is: tot eigendom van de staat maken.
Hoe vervoeg ik nationaliseren?
Zo vervoeg je nationaliseren zo: de tegenwoordige tijd is nationaliseer, de verleden tijd is nationaliseerde en het voltooid deelwoord is genationaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nationaliseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. T 2
  4. I 1
  5. O 1
  6. N 1
  7. A 1
  8. L 3
  9. I 1
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nationaliseren levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. T 2
  4. I 2
  5. O 1
  6. N 1
  7. A 1
  8. L 3
  9. I 2
  10. S 2
  11. E 1
  12. R 2
  13. E 1
  14. N 1
  15. 21 zonder bonus
  16. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nationaliseren in het kort

nationaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nationaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nationaliseren bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nationaliseren: tot eigendom van de staat maken
Deel nationaliseren — standaardnederlands.nl