Naar de inhoud

nathouden

zorgen dat iets niet uitdroogt, dat iets vochtig blijft

nathouden

werkwoord

Betekenis

  1. zorgen dat iets niet uitdroogt, dat iets vochtig blijft

Vervoeging van nathouden

nathoudenhele werkwoord — hield natverleden tijd enkelvoud — hielden natverleden tijd meervoud — natgehoudenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hou nat hield nat
jij houdt nat hield nat
hij, zij, het houdt nat hield nat
wij houden nat hielden nat
jullie houden nat hielden nat
zij houden nat hielden nat
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is natgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was natgehouden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd natgehouden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt natgehouden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal natgehouden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal natgehouden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou natgehouden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou natgehouden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had natgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had natgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden natgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden natgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben natgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hield nat verleden tijd
hou nat gebiedende wijs
houd nat gebiedende wijs
is natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
nat te houden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nat te zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nat zal houden bijzin, toekomende tijd
nat zou houden bijzin, voorwaardelijk
nat zouden houden bijzin, voorwaardelijk
nat zoudt houden bijzin, voorwaardelijk
nat zullen houden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nat zullen houden bijzin, toekomende tijd
nat zult houden bijzin, toekomende tijd
natgehouden verleden tijd, deelwoord
natgehouden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
natgehouden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
natgehouden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
natgehouden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
natgehouden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
natgehouden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
natgehouden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
natgehouden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
natgehouden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
natgehouden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nathield bijzin, verleden tijd
nathielden bijzin, verleden tijd
nathou bijzin, tegenwoordige tijd
nathoud bijzin, tegenwoordige tijd
nathoudend onvoltooid, deelwoord
nathoudt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben natgehouden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nathouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren natgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren natgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was natgehouden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was natgehouden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was natgehouden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt natgehouden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt natgehouden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal natgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal natgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nathouden bijzin, toekomende tijd
zijn natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt natgehouden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nathouden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) nathouden nat zou(dt) houden bijzin, voorwaardelijk
zouden natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nathouden bijzin, voorwaardelijk
zoudt natgehouden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt natgehouden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nathouden bijzin, voorwaardelijk
zullen natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen natgehouden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen natgehouden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen natgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen natgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen natgehouden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nathouden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nathouden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

samenstelling van nat en houden

Woordfamilie van nathouden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
hield nat verleden tijd nathouden
hielden nat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nathouden
hou nat gebiedende wijs nathouden
houd nat gebiedende wijs nathouden
houde nat woordvorm nathouden
houden nat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nathouden
houdt nat aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nathouden
natgehouden voltooid deelwoord nathouden
nathield subordinate-clause, verleden tijd nathouden
nathielden subordinate-clause, verleden tijd nathouden
nathou subordinate-clause, tegenwoordige tijd nathouden
nathoud subordinate-clause, tegenwoordige tijd nathouden
nathoude with-subordinate-clause nathouden
nathoudend onvoltooid deelwoord nathouden
nathoudende woordvorm nathouden
nathoudt subordinate-clause, tegenwoordige tijd nathouden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nathouden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nathouden

Wat is de betekenis van nathouden?
Nathouden is een werkwoord. De betekenis is: zorgen dat iets niet uitdroogt, dat iets vochtig blijft.
Hoe vervoeg ik nathouden?
Zo vervoeg je nathouden zo: het voltooid deelwoord is natgehouden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nathouden is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. O 1
  6. U 4
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nathouden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. T 2
  4. H 4
  5. O 1
  6. U 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nathouden in het kort

nathouden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nathouden staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort nathouden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

nathouden: zorgen dat iets niet uitdroogt, dat iets vochtig blijft
Deel nathouden — standaardnederlands.nl